Volledig scherm
Jet Bussemaker. © Rijksoverheid.nl

Het leenstelsel wordt ingevoerd: wat verandert er?

DEN HAAG - De kogel is door de kerk. De Eerste Kamer heeft dinsdag ingestemd met de grootste stelselwijziging in de studiefinanciering sinds de jaren '80: de invoering van het leenstelsel. Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) kan aan de slag met de uitvoering ervan. Het leenstelsel geldt voor iedereen die na 1 september 2015 begint aan zijn 1e studie en voor studenten die vanaf dan met een masterstudie beginnen. Wat verandert er nu het leenstelsel wordt ingevoerd? Een kort overzicht.

Nieuwe situatie (Leenstelsel) Oude situatie (Basisbeurs) Studenten krijgen bij het afstuderen geen gift van de overheid, maar kunnen tijdens hun studie lenen tegen een gunstiger rente dan bij de banken. De basisbeurs die studenten ontvangen tijdens hun studie verandert bij het afstuderen in een gift van de overheid. De lening kan in 35 jaar worden afgelost. De lening moet binnen 15 jaar worden afgelost. De lening moet worden terugbetaald als de oud-student het minimumloon van 1.495,20 euro verdient. Een oud-student moet de lening terugbetalen wanneer hij bijstandsniveau verdient (voor een alleenstaande is dat de helft van het minimumloon) Per maand moet minimaal 5 euro worden terugbetaald en nooit meer dan 4 procent van het maandsalaris. Per maand moet minimaal 45 euro worden terugbetaald en nooit meer dan 12 procent. Meer aflossen mag altijd. De aanvullende beurs voor studenten met minder rijke ouders gaat met 100 euro per maand omhoog. De aanvullende beurs voor studenten met minder rijke ouders is nu maximaal 260 euro. Studenten krijgen een Ov-studentenkaart. Ook minderjarige mbo’ers krijgen er een vanaf 1 januari 2017. Studenten krijgen een Ov-studentenkaart Omdat de maandlasten worden verlaagd, wegen banken bij een hypotheekaanvraag een studieschuld van 0,45 procent mee. Banken wegen bij een hypotheekaanvraag een studieschuld mee met een factor van 0,75 procent