Volledig scherm
Ennio Morricone tijdens een concert in de Amsterdamse Ziggo Dome. © ANP Kippa

Maestro Morricone (88),
zegetocht van een cultheld

Stille GeneratieZijn Once Upon a Time in the West stond begin jaren 70 bij iedere muziekliefhebber in de platenkast. Via Quentin Tarantino, fan en filmregisseur, bereikte Ennio Morricone als oude man alsnog de cultstatus bij filmliefhebbers onder de 40, de kinderen van de mensen met een 'Het gebeurde in het westen’-plaat.

Ennio Morricone (88) praat liever niet meer over de muziek die hij schreef voor de film van Sergio Leone. Het is al zo lang geleden, vindt hij, een half leven letterlijk. Hij schreef de muziek voor drie spagettiwesterns A Fistful of Dollars, The Good, the Bad and the Ugly en Once Upon a Time in the West in de jaren 60. Alles wat hij daarover wilde zeggen, heeft hij ooit al gezegd. Daar komt nog bij dat regisseur Leone en Morricone nooit vrienden zijn geweest, hoewel ze als 12-jarige jongens al klasgenoten waren op het Santa Cecilia Conservatorium in Rome.

Hij heeft bovendien véél meer muziek gemaakt, heel veel meer. En belangrijker muziek ook, vindt hij zelf. Ennio Morricone werkt vanaf zijn 14de als een bezetene. Hij schreef muziek voor ruim vijfhonderd films, vooral Italiaanse. Beroemd werd hij met de westerns van Leone, geliefd is de muziek die hij maakte voor de film
The Mission in de jaren 80. Gewaardeerd is hij voor de score van Cinema Paradiso.

Lees onder de video verder en ga voor meer generatieverhalen naar ons dossier Dit zijn wij

Paspoort

Geboren: 10 november 1928 in Rome.

Loopbaan: voormalig trompettist en componist van popsongs voor onder anderen Mireille Mathieu. Verwierf componeerde klassieke muziek en een opera maar verwierf wereldfaam als componist van filmmuziek. Meer dan 10 miljoen verkochte exemplaren van soundtrack Once Upon a Time in the West.

Privé: 61 jaar getrouwd met Maria Travia, vader van vier kinderen.

Op tournee

Volledig scherm
Morricone met zijn Oscar © EPA

Praten met de pers doet hij eigenlijk het liefst helemaal niet. Maar nu hij weer op tournee gaat met een orkest – in september staat hij in Ahoy Rotterdam om zijn omvangrijke oeuvre te spelen – moet het maar weer eens. Journalisten die de levende legende van de Italiaanse filmmuziek willen spreken, krijgen standaard vooraf een streng briefje toegestuurd: het woord spaghettiwestern – toch de algemene term voor de westerns van Leone – mag niet in de mond worden genomen, de componist dient met ‘maestro’ te worden aangesproken en Morricone wil geen vragen over trivia als huisdieren beantwoorden. En o ja, de oorlog is een onderwerp waar hij liever helemaal niet over spreekt.

De spanning die vooraf door zijn entourage is opgebouwd, verdwijnt op slag bij de handdruk. De maestro lacht als hij het pak stroopwafels uit Nederland in ontvangst neemt en een beetje stijf overeind komt van de bank in de huiskamer. ,,Draai je eens om”, zegt hij en maakt slaande bewegingen met zijn cadeautje naar het achterwerk van de verslaggever en schudt zijn hoofd. ,,Dat had je niet moeten doen”, grijnst hij. Het chocolaatje dat hij vlak voor het gesprek at, is zijn rantsoen zoetigheid voor vandaag.

In joggingbroek

Maestro Morricone ontvangt de pers in zijn eigen huis, een appartement in een buitenwijk van Rome, op de bovenste verdieping van een gebouw op een heuvel. Verslaggevers en fotografen wandelen zó zijn leven in: een stapeltje kranten en tijdschriften op de salontafel, mevrouw Morricone die probeert onzichtbaar op de achtergrond te blijven als ze van de keuken naar de slaapkamer sluipt en Ennio Morricone zelf die zijn gasten verwelkomt in zijn al vaak gewassen blauwe joggingbroek en een bodywarmer, gezellig op de fluwelen bank in zijn woonkamer, zijn haren nog wat slordig.

Het gesprek is indirect. Als de tolk zijn woorden vertaalt - naar verluidt verstaat hij best Engels - gaapt de maestro uitgebreid. Hij lacht er soms schalks bij. 

Volledig scherm
Ennio Morricone bij '70 years of Oscar' in maart van dit jaar. © EPA

U bent een muzikale held voor opeenvolgende generaties muziekliefhebbers, van de hippies in de sixties tot de millennials die Tarantinofilms ontdekken. Naar welke muziek luisterde u zelf, toen u een jongen was? 

,,Ik luisterde heel veel naar opera, en vooral naar de opera Andrea Chenier van Umberto Giordano. Opera's gaan over het leven en de liefde. Ik luisterde heel geconcentreerd naar de muziek.” Hij legt zijn hand om zijn oor en sluit zijn ogen. Is even stil. ,,Ik luisterde naar de radio. We hadden in die tijd geen platenspeler, ik moest goed luisteren om het te kunnen horen.”

Welke waarden heeft u van uw ouders meegekregen als jongen? 

,,Het eerste wat ze me leerden was eerlijkheid. Dat ik nooit mocht liegen over iets. Dat ik beschaafd moest zijn en begrip moest hebben voor iedereen en voor andermans opvattingen.” Een guitige blik. ,,Dat is voor mij moeilijk.” 

Uw zoon Andrea is ook componist. Welke levensles heeft u hem meegegeven? 

,,Hij heeft mijn adviezen nooit opgevolgd. Jammer genoeg.” De maestro schatert. ,,Nee, nee, het is goed dat hij dat niet deed. Gelukkig maar.”

Volledig scherm
Charles Bronson zet met zijn onheilspellend klinkende mondharmonica de toon in Once Upon a Time in the West. © ANP

Once Upon a Time in the West was een enorm succes. Er zijn miljoenen exemplaren verkocht van die plaat, hij stond in Nederland 193 weken in de albumhitlijst. Kan de muziek voor een film uiteindelijk belangrijker worden dan de film zelf?

,,Ja, natuurlijk. Dat gebeurt. Maar het is niet iets waar je bewust naartoe werkt. Ik kan daar niets aan doen, het is niet mijn schuld dat het zo is gegaan. Logisch is het wel, want naar een film kijk je één keer, in de bioscoop of hooguit twee keer. Daarna is het klaar, maar naar muziek, naar een plaat, luister je steeds maar opnieuw. En weer opnieuw. En opnieuw. De muziek is daardoor in het voordeel ten opzichte van de film. En door steeds maar opnieuw te luisteren, groeit de waardering voor de muziek. Op den duur gaan andere dingen meespelen: muziek kan op de herinnering werken, het kan ook herinneringen versterken, waardoor ook de film beter blijft hangen.”

Is het wel mogelijk om filmmuziek, of beter: uw filmmuziek te luisteren zonder dat je als luisteraar de film ziet waarvoor de muziek is geschreven? Gaat er dan niet veel verloren? 

,,Ik vind dat het kan. En ik zal uitleggen waarom. Muziek voor film is altijd abstract. Ik probeer muziek te maken die te begrijpen is. Als dat lukt, kunnen mensen de film ook beter waarderen. Een componist voegt zaken toe aan een film die een bioscoopbezoeker niet kan zien. Emoties bijvoorbeeld, of spanning bij personages of in het script. Juist daarom is muziek belangrijk voor een film. Muziek kan dus ook een middel zijn om de film beter te begrijpen. Maar er is wel een probleem: de cultuur van de mensen is belangrijk, want om filmmuziek goed te begrijpen, moet je kennis hebben van andere filmmuziek. Ik probeer altijd zo te componeren dat iedereen mijn muziek kan begrijpen."

Quote

Ik probeer muziek te maken die te begrijpen is. Als dat lukt, kunnen mensen de film ook beter waarderen

De fluitist Alessandro Alessandroni is vorige maand overleden op 92-jarige leeftijd. Hoe moeilijk is om oud te worden als zoveel vrienden en bekenden wegvallen? 

,,Als ik de muziek terugluister, is het alsof ik ze weer zie. Ik had een speciale relatie met Alessandroni, ook al heb ik heel lang niet met hem gewerkt. Dat geldt voor hem, maar ook voor Edda dell’Orso de zangeres (zij zong het legendarische stuk dat bij het personage van Claudia Cardinale hoorde in Once Upon a Time in the West, red.). Die mensen waren deel van mijn leven toen ik ze nodig had. Ik ben de mensen met wie ik gewerkt heb, altijd dankbaar."

Morricone tikt inmiddels ongedurig met zijn hand op de bank terwijl de tolk zijn Italiaanse zinnen vertaalt. Nog een paar vragen, gebaart de pr-dame. 

Wat is uw advies voor jongeren, voor de nieuwe generatie. Wat is uw levensles, maestro? 

,,Jongeren moeten hun passie volgen, iets doen wat ze graag doen. En om goed te worden, moeten ze hard werken. Als je een groot pianist wil worden, moet je elke dag uren studeren. Dat is het belangrijkste al je een doel wilt bereiken. Natuurlijk is talent ook belangrijk, maar hard werken is nog veel belangrijker.”

Quote

Als je een groot pianist wil worden, moet je elke dag uren studeren

Volledig scherm
© EPA

U staat zelf bekend als harde werker, in uw jonge jaren werkte u vaak veertien uur op een dag, dagen achter elkaar. 

 ,,Als je een passie hebt, zoals ik met muziek heb, dan voel je dat niet als opoffering. Dan voel je de last van de studie niet. Nee, ook toen ik jonger was en een gezin had en dag-in-dag-uit werkte niet. Het is het mooiste dat je iets doet waar je gepassioneerd over bent. Ik componeerde altijd helemaal alleen, ik heb geen assistenten. In de tijd dat ik tien tot twaalf stukken per jaar schreef, werkte ik van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Soms maakte ik een film in zes dagen. Maar soms deed ik er wel twintig dagen over om alleen een idee te krijgen. Dan had ik in die tijd helemaal niets gedaan. Hoe dat ging, was per film verschillend. Maar ik heb echt niet meer dan die twaalf filmstukken per jaar gedaan. Er wordt wel eens gezegd dat ik veel meer maakte, maar dat klopt echt niet. En trouwens: ik ben niet zo geïnteresseerd in aantallen.”

Maestro Morricone is moe na het gesprekje van nog geen half uur. Het praten en luisteren heeft hem afgemat. En hij moet óók nog een serie telefonische interviews doen straks. ,,Als ik moest schrijven en componeren, werd ik vroeger nooit moe”, lacht hij.

Quote

In de tijd dat ik tien tot twaalf stukken per jaar schreef, werkte ik van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat

Waarom bent u eigenlijk altijd in Rome blijven wonen? Had een verhuizing naar Hollywood niet meer voor de hand gelegen? 

Hij haalt zijn schouders op, kijkt om zich heen. ,,Ik hou van Rome. En ik spreek geen Engels, dat helpt niet. Dino de Laurentis, de filmproducent, heeft me ooit een villa aangeboden als ik zou verhuizen, maar ik bleef liever in Rome. De Italiaanse films, 80 procent van mijn werk, werden hier gemaakt. Als ik naar Hollywood was verhuisd, had ik die Italiaanse films moeten vergeten. Het was bovendien makkelijker om vanuit Rome naar Hollywood te gaan om Amerikaanse films te doen. Andersom was moeilijker geweest, dan hadden de Italiaanse regisseurs me vergeten. Het zijn duizenden kleine dingetjes bij elkaar die ervoor zorgden dat ik liever in Rome bleef.”