foto: Flip Franssen
Volledig scherm
foto: Flip Franssen

Moet dat nou al die koeien en paarden?

Ik vind het heerlijk, door de natuur wandelen. Het is dan leuk om allerlei dieren tegen te komen. Grote dieren zijn natuurlijk het spectaculairst. Denk aan wilde zwijnen, edelherten of een das. In zijn algemeenheid zijn die beesten te schuw om dicht bij je te komen, hoewel een rennend wild zwijn soms nergens op let. Er zijn genoeg voorbeelden bekend van fietsers die ondersteboven zijn gelopen door een hollend zwijn. Maar doorgaans ben ik niet echt bang voor deze dieren.

Toch loop ik niet altijd even warm voor alle grote dieren die we tegenwoordig in de natuur tegen kunnen komen. Want met het natuurlijk beheer van al die gebieden komen we ook andere grote dieren tegen.

Schotse hooglanders vind ik nog het minst vervelend van al die grazers. De rest zou ik net zo lief niet zien. Ga eens rustig een eindje wandelen in de Palmerswaard bij Rhenen, grote kans dat je in een kudde Konik-paarden terecht komt. Voor de Blauwe Kamer geldt hetzelfde. Op Planken Wambuis bij Ede kan je weer op grote Spaanse koeien stuiten. Of op een groep paarden.

Ik heb het er niet zo op. Ze doen nooit iemand iets, schijnt. Maar je moet wel op 25 meter afstand blijven, lees je dan. En niet door een kudde lopen.

Vorige week liep ik in de Wageningse uiterwaarden. Die zijn behoorlijk dichtgegroeid en met het hoge water zijn er maar weinig begaanbare paden. Ineens stonden we oog in oog met ze. Een hele kudde koeien. Bah! En natuurlijk was er een chagrijnige stier bij. Toch maar aan de kant en wachten tot het vee voorbij was getrokken. Nee, doe mij maar natuur zonder koeien en paarden. Daar hebben ze weilanden voor.

Arnold Winkel