ter illustratie
Volledig scherm
ter illustratie © Hollandse Hoogte

Nooit geweten dat cavia’s dol zijn op paprika

We schreven afgelopen week dat Onder de Regenboog in Eck en Wiel onder deze groente bedolven wordt sinds het opvangcentrum maar liefst 31 in het wild gedumpte cavia’s redde.

Mijn moeder stuurde me elke dag, weer of geen weer, naar buiten voor het dieet van Vlokje en Vlekje.

Graspollen
Ik graasde de Brabantse bermen achter het huis af op zoek naar malse donkergroene graspollen of, beter nog, paardenbloembladeren. Daar vóchten ze om. Als ik mijn moeder om groenten uit de winkel had gevraagd, dan had ze me zeker weten uitgelachen. ‘Doe niet zo raar, er staat buiten genoeg’. Maar met 31 cavia’s is zelf plukken natuurlijk geen optie. Of je moet een schoolklas vragen.
Vlokje en Vlekje waren me dierbaar. Ik kreeg ze op mijn zevende, zonder dat ik erom had hoeven zeuren.

Hoogbejaard
Tam kreeg ik ze nooit en voor kunstjes bleken ze totaal ongeschikt. Vlokje en Vlekje werden, ongetwijfeld door al dat gezonde bermvoer, hoogbejaard. Ze scharrelden nog rond in mijn ooghoeken toen ik al niet meer thuis woonde. Mijn vader nam de verzorging over en als ik de was van een hele week in de mand had gedumpt, ging ik altijd eerst even bij ze kijken.

Gebrom
Ik kon me dan nog goed herinneren dat ik uren op mijn buik voor de kooi had gelegen. Ik kan ze trouwens nog uittekenen; hun onbeholpen motoriek, het hongerige gepiep en zwaar geïrriteerde gebrom als ze elkaar voor de voeten liepen.

Opvreten
Toen ik ze net had, kon ik ze wel opvreten zo lief. In Peru kwam ik er, veel later, achter hoe Vlokjes en Vlekjes smaken, maar dat was een stom ongelukje.