Volledig scherm
© Thinkstock/iStock

Over thee, munt en aangebrande koffie

Kom je op een interview bij mensen thuis, dan wordt steevast koffie aangeboden. Heel gastvrij. En ik hou van koffie. Echt. Er zijn dagen dat ik meer dan een liter achterover sla. Maar koffie bij anderen, dat is tricky. Bij de een is hij geweldig. Bij een ander smaakt hij naar thee en een derde heeft in de spanningen voor het interview al een uur van tevoren de koffie aangezet die nu dus al tijden staat te pruttelen en inmiddels behoorlijk aangebrand is.

Vaak kies ik daarom voor thee. Daar kan niet zoveel fout aan gaan. Behalve die ene keer bij een bijeenkomst in Indiaanse stijl, waar iedereen een kopje thee aangeboden kreeg. Ik negeerde het rietje – ik was tenslotte geen 3 meer – en nam een forse teug. Even snapte ik niet waarom iedereen zo fronsend keek.

Tot de gastvrouw vriendelijk zei dat het rietje een zeefje was en ik manmoedig probeerde mijn mond vol bladeren fatsoenlijk leeg te krijgen.

Planten
Tegenwoordig stoppen ze geen bladeren, maar complete planten in de thee. ‘Lekker gezonde muntthee met citroen?’, kirde de vrouw waar ik laatst was. Een gewoon theezakje?, probeerde ik. Ze schudde haar hoofd. Ze had planten, geen zakjes.

Sterk
Iets later was ik in een van de gemeentehuizen in Rivierenland. Koffie? vroeg de woordvoerder. De koffie was wat sterk, maar het gaf niets. Ik nam hem dankbaar aan. Hij smaakte tenminste ergens naar. En er zaten geen bladeren in.