Volledig scherm
Ooievaars. © Theo van Zwam

Succesvolste uivers nestelen in de Ooijpolder

Het is weer ooievaarstijd. Vooral in de Gelderse Poort, ten oosten van Nijmegen, maak je goede kans er een of twee te zien vliegen of nestelen. Liefhebbers kunnen er dit jaar zelfs speciale ooievaarsroutes fietsen of wandelen. Let straks op de kleintjes!

Pakweg tien jaar geleden stond de wereld een beetje stil als je een ooievaar zag vliegen.

In het aangeharkte Nederland kon de vogel zijn kostje niet meer bijeen scharrelen. Bestrijdingsmiddelen en vuil water ontnamen hem de kikkers en insekten die hij graag eet. Zo'n beetje de hele twintigste eeuw stond in het teken van de teloorgang van de ooievaar in ons land. In 1991 werd er niet één wild broedend paar meer gezien.

Maar kijk nou eens. Vorig jaar nog streek een hele groep ooievaars midden in Nijmegen neer. En in natuurgebied De Gelderse Poort kun je sinds dit jaar grensoverschrijdende wandel- en fietsroutes afleggen langs zes meestal bezette ooievaarsnesten. En de kaartenmakers kunnen weer aan de slag, want inmiddels zijn er ook paren gesignaleerd in onder meer Wyler. De streek pikt zijn graantje mee van het fokprogramma dat de Nederlandse Vogelbescherming tussen 1969 en 2000 had. Zeker in het voorjaar, vanaf nu dus, loont een tochtje langs de nesten in de Gelderse Poort.

Nu is het poldergebied ten oosten van Nijmegen ook wel een perfect voorbeeld van hoe Nederland weer zo ooievaarvriendelijk is geworden dat er wel weer zo'n 600 broedende paren rondvliegen. Dat zijn er zelfs meer dan een eeuw geleden. De mens stimuleerde natuurontwikkeling, zoals in de Millingerwaard, en zorgde ervoor dat muizen, kevers, wormen, reptielen en kikkers weer volop te vinden zijn.

Zo'n Eldorado moet het honderd jaar geleden ook geweest zijn, in de tijd dat er rond Ooij wel veertig palen met nesten stonden. "Mensen plaatsten ze, om te voorkomen dat de ooievaars op de rieten daken van boerderijen en dijkwoningen nestelden, zegt boswachter Gerrit van Scherrenburg in zijn kantoor in het natuurgebiedje De Groenlanden. Op een steenworp afstand hebben 'zijn' ooievaars Wim en Mieke hun plaats al weer ingenomen. In 1999, elf jaar nadat de mens de nestpaal plaatste, waren ze er voor het eerst.

Maar de primeur van het eerste ooievaarsstel in de regio was in 1995 voor de Duitsers. Jan en Marie (inmiddels is Jan al aan Marie nummer 3 toe) werden regionale beroemdheden, en helemaal toen ze een jaar later voor nageslacht zorgden. Zyfflich is ook buiten het broedseizoen een plek om ooievaars te spotten. Jan en Marie trekken namelijk niet naar Afrika, omdat ze worden bijgevoerd.

Wim en Mieke daarentegen, hebben het 'wilde' leven echt opgepikt. En had Zyfflich de broedprimeur, ook de oosterburen geven volmondig toe dat het het nest in De Groenlanden inmiddels wel het succesvolste nest in de regio is. Vijftien vogeltjes groeiden er al op, tegen twaalf in Zyfflich. Van Scherrenburg schat dat, als Wim en Mieke het weer flikken, hun kroost zo tegen de Vierdaagse vliegles krijgt. Eind augustus zijn ze dan al sterk genoeg om ook de tocht naar Afrika te ondernemen. Tip van de dag: bekijk de kleintjes straks vanaf de kijktoren aan de Langstraat.

- De fiets- en wandelkaart is vanaf komend weekeinde onder meer verkrijgbaar bij het Infocentrum aan de Rijndijk in Millingen en in het Natuurmuseum Nijmegen.