article
1.2690588
101. Vandaag
Gedichten (101 tot en met 110)
101. Vandaag
http://www.gelderlander.nl/regio/arnhem-e-o/arnhem/gedichten-101-tot-en-met-110-1.2690588
2008-02-15T12:27:57+0000
http://www.gelderlander.nl/polopoly_fs/1.3492604.1353676473!image/image-3492604.jpg
Arnhem
Home / Regio / Arnhem e.o. / Arnhem / Gedichten (101 tot en met 110)

Gedichten (101 tot en met 110)

    • Afbeelding
      Fotograaf
    101. Vandaag

    nooit is het onbegrepen

    pad van mijn

    herinnering aan jou

    versleten door de tijd

    gemeden door

    de naarstig opgeworpen

    spijt gevoed door simpel-

    weg een nee, een

    ja of iets daar tussenin.

    Ach, wat het er ook

    toe doet, wat er ook

    gebeuren moet

    het wordt lijkt

    meestentijds gevoed

    alleen en

    enkel maar van

    binnenuit door

    wat ik heb

    beleefd met jou

    en wat slechts

    was in mij en

    verder niemand

    zelfs niet jij die

    daar onzeker met

    je hoofd omlaag

    nog zei:’Tot ziens.’

    Dat was vandaag

    Tjalling Schotanus
    -----------------------------------------

    102.

    Nooit meer,

    Nooit meer een aai,

    Nooit meer een kus,

    Nooit meer een knipoog,

    Jouw uitgesproken rust.

    Nooit meer die blik.

    Die zo speciaal was van jou.

    Nooit meer, ‘tot ziens, ik zie je weer gauw’.

    Weg is dat alles,

    en dat voelt niet fijn

    Mijn hart schreeuwt van binnen,

    het doet nu zo’n pijn.

    Ze zeggen het slijt,

    het leven gaat door.

    Maar wat heb ik daar aan,

    doen we het daar allemaal voor

    Ik weet ik moet verder.

    En wel zonder jou.

    Ik weet dat het slijt.

    Maar van mij hoeft het niet nou.

    Mieke Pijnappels

    -----------------------------------------

    103.

    Als ik een vogel was,

    en jij jij

    dan fladderde ik nu achter je aan,

    ging op je schouder zitten,

    pikte zachtjes in je hals,

    in ’t kuiltje achter je oor.

    Totdat je zo opzij

    je hoofd schuin

    vanonder je bril naar me keek.

    Dan trok ik gekke bekken,

    net zo lang tot je glimlachte.

    Maar vogels doen zoiets niet

    en ik ben ik, geen vogel.

    Gaby Hutjes

    -----------------------------------------

    104.

    ROMMELMARKT

    Eens gekoesterd, thans vergeten,

    't ligt hier allemaal op een hoop,

    soms heel gaaf, soms wat versleten

    en 't is allemaal te koop.

    Precies zo’n servies

    met dat randje van goud

    stond vroeger bij oma op 't dressoir te pronken

    (het is dus al vele jaren oud)

    alleen op zondagn werd eruit gedronken.

    Eens gekoesterd, thans vergeten.

    Een fotolijstje met daarin

    vader, moeder en twee meisjes

    met grote strikken in het haar

    vormen met elkaar

    een vergeeld gezin.

    Eens gekoesterd, thans vergeten.

    Een doorleefde teddybeer

    eens de knuffel van een kind

    dat beslist niet wilde slapen

    zonder deze trouwe vrind.

    Van tal van afgedankte dingen

    soms heel gaaf, soms wat versleten,

    worden beelden en herinneringen

    thans gekoesterd, eens vergeten.

    Neeltje Hof

    -----------------------------------------

    105.

    Bij KLAAS GUBBELS: INTERIEUR MET LAMP (2004)

    Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan

    Couperus

    Als grijze vlekken zitten ze daar

    als ze eten. Frontaal aan de tafel

    die ze delen onder schril getink

    van mes en vork, hun geringde vinger

    veilig achter de eigen linie

    van het blad. Ze kijken weg

    van elkaar als gebaar van blijven. Scheef

    staan de versleten poten

    van tafel en stoelen. Leeg

    is het blad nu; de maaltijd komt

    en gaat. En als de spons van de schemer

    hen dreigt weg te vegen,

    doet het kind in haar dat zij niet baarde

    het peertje boven tafel aan -

    Hoofdmotief in het werk van kunstenaar Klaas Gubbels (1934) is de tafel die hij de ene keer weergeeft als object per se, de andere keer als abstractie van zijn gedachten.

    Inge Boulonois

    -----------------------------------------

    106.

    Goudgele dood

    Ontsnappingskans.

    De stenen lijken roodgloeiend. Ik zou willen dat het de avondzon was die het deed, maar ook

    e rails is besmeurd. Rood met rood.

    Laat Marco maar zingen, mij doet het sidderen. Een rilling door mijn rug, stemmen

    verstommen. Iedereen is in staat van chaos, er wordt gehuild van schrik en schuld, anderen

    kijken slechts op hun horloge.

    Een man glimlacht vanachter zijn laptop vandaan. Hij is net begonnen zijn formulier van de

    NS in te vullen. Zoveel oponthoud betekent immers geld terug.

    Ik zou willen dat ik ook jou er mee kreeg.

    Niemand ziet wat ik weet; bloed dat nu enkel vuil is was voorheen omhuld. Nu onthuld langs

    daar waar ik loop. Daar waar wij nooit meer samen in zullen stappen, stapte jij ervoor.

    Helaas had je goudgele dood geen vertraging.

    Maud-Sarah Verwegen

    -----------------------------------------

    107.

    wat van jou was

    nu je steeds meer in de dingen kruipt

    tussen boeken, in de kast

    noem ik de vreemdste voorwerpen

    bij jouw naam

    ik pak je op en smijt je

    in een schoenendoos

    of in een uitgelichte vitrine

    of uit het raam

    ik maak jou

    wat je aanraakte

    net zo oud als jij

    en mijn herinnering

    ik zal je steeds meer

    in de dingen dwingen

    zodat, hoewel jij weg ging

    ik bepaal hoe ver

    Casper Fioole

    -----------------------------------------

    108

    Chittagong

    Hoe gaten

    groter druppen,

    vlok

    na vlok

    valt,

    en alles van waarde

    weg is.

    Reden genoeg om erbij

    te gaan liggen,

    log in rul zand

    en de lebber van vloed

    Wind schuurt zout

    langs stalen botten,

    en we zullen nooit

    meer toffe jongens zijn.

    Wibo Kosters

    -----------------------------------------

    109.

    Ze is niet meer

    Die ze ooit was

    Ze is oud

    Maar niet

    De ouwe

    Ze weet niet meer

    Wat ze eens wist

    Haar geheugen gaat

    Verflauwen

    Ze wordt gauw moe

    Schuifelt langzaam

    Van me weg

    En ik kijk toe

    Niet in staat

    Het tij te keren

    Wie vertelt me

    Hoe het verder gaat ?

    De tijd

    Die zal het leren.

    Jan Werkman

    -----------------------------------------

    110.

    Enkel Een Silhouet

    Ik moet het stellen zonder vingerafdrukken

    en zonder de kleur van je ogen

    Geen oren, geen armen, geen benen, geen naam of gezicht,

    en niets dat beweegt

    Geen woord, geen gefluister:

    alleen een eentonige stilte die je omgeeft

    Dus dicht ik je een leven toe,

    verzin dat je glimlacht,

    af en toe eet

    Warm bloed in de aderen hebt,

    misschien zelfs een geboortevlek op je schouder, bovenarm, been

    Dat je slaapt,

    alleen,

    in een veel te groot bed

    met een hand onder het kussen

    en,

    terwijl je onbegrijpelijke zinnen zegt,

    droomt

    dat je leeft.

    Rino Feys

    Volgende artikel: Afbeelding Gedichten (111 tot en met 120)