Home / Regio / Nijmegen e.o. / Nijmegen / 'Toe oma, vertel over die oorlog'

'Toe oma, vertel over die oorlog'

  • Reageer
  • U kunt deze pagina printen door gebruik te maken van de standaard print mogelijkheden in uw browser.

NIJMEGEN - Op de dag dat de Duitsers binnenvielen, was Annie de Wilde 14 jaar. Bij de bevrijding was ze 19. En al die tijd hield zij, als Nijmeegs meisje dat droomde van een carrière in de journalistiek, een oorlogsdagboek bij.



Begin jaren vijftig emigreerde ze vanuit haar ouderlijk huis aan de Groenestraat 180 naar Amerika. Nu woont ze in Texas, luistert ze naar de naam Johanna Wycoff, is ze weduwe, 86 jaar maar nog fit en helder van geest.

Tot voor kort had Johanna haar jeugdherinneringen niet één keer teruggelezen. Bij elke verhuizing van haar gezin door Canada en de VS kwam zij het schriftje tegen bij het inpakken. Weggooien wilde ze het niet, erin lezen evenmin. Onaangeroerd verdween het dan op de zolder van hun volgende huis.

Af en toe vroegen haar kleinkinderen: 'Toe oma, vertel eens wat over de oorlog'. Dat bracht haar ertoe het knoopje los te peuteren van het lintje dat ze er in 1945 omheen had gelegd. Johanna ging achter de computer zitten en begon haar memoires te vertalen. In het Engels, want haar nageslacht spreekt geen Nederlands. Een familielid gaf het te lezen aan een vriendin en die kende iemand van een uitgeverij. Zo verscheen de Nijmeegse oorlogsgeschiedenis, gezien door de ogen van Annie, in boekvorm in de VS, met als pakkende titel Dancing in bombshelters. Het is er een bestseller onder veteranen en mensen met Nederlandse roots.

Fred Lardenoye, directeur van uitgeverij Quo Vadis in Nijmegen, verzorgt onder meer tijdschriften voor veteranen. Hij werd getipt over dat Engelstalige boek, dat de oorlogsgebeurtenissen in en rond Nijmegen beschrijft: "Ik was diep getroffen door de inhoud ervan."

Hij zocht contact met Johanna en het resultaat daarvan is de uitgave in Nederlandse vertaling.

Lardenoye: "De titel Dansen in schuilkelders zegt alles. Annie wilde plezier maken met leeftijdgenoten. Het dagboek toont aan hoe moeilijk de jeugd het had."

Voor de uitgave won Lardenoye advies in bij deskundigen. Wiel Lenders, directeur van het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek, las de Engelstalige versie in één ruk uit.

Lenders: "Er zijn wel meer dagboeken uit die periode, maar dít springt er ver bovenuit. Het is zowat de canon van de oorlogsgeschiedenis van Nijmegen. Alle gebeurtenissen komen erin voor. Het beschrijft de ongemeen harde werkelijkheid van de oorlog voor de jeugd. Niks te eten, versleten kleren, kapotte huizen. Dierbaren die dood gaan. Maar ook de maanden na de bevrijding, toen Nijmegen frontstad bleef. De losbandigheid in de omgang met soldaten, de spanning in gezinnen met meisjes en ingekwartierde soldaten."

Prof. dr. Dolly Verhoeven, hoogleraar Geschiedenis van Nijmegen aan de Radboud Universiteit, vindt het boek zó bijzonder dat ze het voorwoord verzorgt.

Verhoeven: "Het maakt duidelijk welke impact bezetting, bombardement en bevrijding hadden op de Nijmeegse jeugd. Terwijl aan de ene kant het bestaan ontwricht werd door gebrek, zorgen en angst, zochten de energie en de levenslust van de jeugd – tegen de verdrukking in – een uitweg in film, muziek en prille verliefdheden. Een mix van grote zorgen en kleine vreugden. Juist daardoor geeft deze persoonlijke geschiedenis een extra dimensie aan het grote welbekende verhaal van oorlog en bezetting."

Het boek telt bijna 200 pagina's met een aantal nog nooit gepubliceerde foto's. Acht ervan geschoten door de Nijmeegse politiefotograaf en verzetsman Wim Beerman. Hij zat in dezelfde verzetsgroep als Rieky, een oudere zus van Johanna. Beerman werd in 1944 door de Duitsers gefusilleerd wegens vluchthulp aan neergehaalde geallieerde piloten. Ook dat drama komt erin voor.