Het is de schrik van iedere tuinier: droge schaduw. Tuinieren op zand is moeilijk, tuinieren op klei is zwaar, en tuinieren in zon of schaduw vraagt voor beide gevallen een heel verschillende benadering.
Maar overal valt wel een mouw aan te passen. Maar écht lastig is het
tuinieren in droge schaduw.
Wie het over droge schaduw heeft,
bedoelt meestal de doorwortelde grond onder struiken of bomen. Maar ook de
schaduw onder een overhangend balkon of een overhangende dakrand kan knap
lastig zijn om te beplanten. Voor de meeste situaties heb je keus uit
honderden, zo niet duizenden planten, maar in grond die én droog én
schaduwrijk is, zijn de mogelijkheden op de vingers van twee handen te
tellen.
Meestal vind je droge schaduw onder een berk of onder een
sierkers. Maar dat zijn bomen die hun blad verliezen en daar valt in ieder
geval in de bladerloze periode nog wel wat te improviseren met bolgewassen
die een 'omgekeerde groeicyclus' hebben. Die groeien en bloeien in de herfst
en de winter in plaats van in de lente en de zomer.
Voorbeelden: de
tuincyclamen Cyclamen coum en Cyclamen hederifolium en ook de sneeuwklokjes,
die in ons veranderende klimaat allang geen lenteboden meer zijn, maar
winterherauten. De Italiaanse aronskelk heeft een winter lang mooi gemarmerd
blad en de Algerijnse iris, Iris unguicularis, bloeit 's winters af en aan,
zolang het niet vriest.
Maar onder naaldbomen, of onder
groenblijvende loofbomen zoals hulst en laurierkers, is het ook
's
winters droog. En toch: zelfs daar is hoop. Een onverwoestbare plant is een
wolfsmelksoort: Euphorbia amygdaloides ssp. robbiae. Een lange naam, maar de
moeite van het onthouden waard.
De plant is genoemd naar een
Engelse dame, mrs. Robb, die de plant onder haar hoed zou hebben
meegesmokkeld vanuit Turkije. Het lijkt erop dat zij destijds de enige plant
heeft uitgegraven, want hij is nooit meer in het wild gevonden. De Euphorbia
met de lange naam staat nu al in knop. Een knop die, zoals dat bij veel
wolfsmelksoorten het geval is, aan het uiteinde gebogen is als een
bisschopsstaf. De plant maakt grachtengroene rozetten die 's winters groen
blijven, en bloeit in het vroege voorjaar met geelgroene bloemen.
Een tweede kandidaat voor droge schaduw is een ooievaarsbek, Geranium
macrorrhizum. Dit is een bodembedekker die niet helemaal overtuigend
wintergroen is, maar die 's winters ook niet onder de grond verdwijnt. De
haveloze periode duurt maar een paar wintermaanden en verreweg het grootste
deel van het jaar heeft de plant aantrekkelijk zacht behaard blad, dat bij
kneuzing penetrant, maar niet onaangenaam ruikt. Geranium macrorrhizum is er
in verschillende kleuren: wit, roze en fel paarsrood. In de schaduw licht
wit het meest op.
De Epimedium, die om zijn fragiele akelei-achtige
bloempjes soms elfenbloem wordt genoemd, ziet er teer uit, maar dat is
bedrieglijk. De plant is in werkelijkheid zo taai als een legerlaars en
lijkt er eer in te scheppen om daar te groeien waar niets anders gedijt. Er
bestaan tientallen soorten, maar wie snel een flink stuk grond bedekt wil
hebben, moet op zoek naar de variëteit 'Frohnleiten', met mooi gemarmerd
blad en heldergele bloemen in het voorjaar.
Al schrijvende schieten
me steeds meer planten voor droge schaduw te binnen. Misschien hebben we de
vingers van drie handen nodig, in plaats van twee. Een echte liefhebber van
droge schaduw is de stinkende lis, Iris foetidissima, een plant die zijn
naam nauwelijks waarmaakt en die met veel fantasie bij kneuzing misschien
een beetje naar carbol ruikt. Iris foetidissima bloeit flets vleeskleurig,
maar maakt dit in het najaar goed met knaloranje zaden.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












