Gerrit Jansen: Hazelaar is een echte naaktbloeier

  donderdag 12 februari 2009 | 20:08 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 12 februari 2009 | 20:27

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Stamperbloempje ;Vooral bij droog vriezend weer strooien de goudgele meeldraadkatjes kwistig met stuifmeel. De wind zorgt voor de verspreiding. foto's Gerrit Jansen

Stamperbloempje ;Vooral bij droog vriezend weer strooien de goudgele meeldraadkatjes kwistig met stuifmeel. De wind zorgt voor de verspreiding. foto's Gerrit Jansen

Stamperbloempje ;Vooral bij droog vriezend weer strooien de goudgele meeldraadkatjes kwistig met stuifmeel. De wind zorgt voor de verspreiding. foto's Gerrit Jansen

Stamperbloempje ;Vooral bij droog vriezend weer strooien de goudgele meeldraadkatjes kwistig met stuifmeel. De wind zorgt voor de verspreiding. foto's Gerrit Jansen

1/2
start playing the slideshow

Naaktbloeiers krijgen eerst bloem en dan pas blad. Voor de bestuiving zijn zij voornamelijk op de wind aangewezen. De bloemen van hazelaar, els en berk zijn dan ook onopvallend van kleur en ze geuren niet.

Als je als plant alleen op insecten bent aangewezen voor de voortplanting is het risico dat de bestuivers bij lage temperaturen thuis blijven erg groot.

Daarom zijn de vroegst bloeiende zaadplanten altijd 'naaktbloeiers'. Zij krijgen eerst bloem en dan pas blad. Het 'blootje' heeft alles te maken met het ontbreken van bladeren op het moment dat de bloemen verschijnen. Bloemen stralen eigenlijk altijd, maar dat stralen wordt geaccentueerd wanneer er geen blad aanwezig is. Stuifmeel wordt in de meeste gevallen door wind of insecten verspreid. Bloemen die insecten voor dit transport inschakelen, adverteren met opvallende kleuren of geuren. In veel gevallen zijn de bloemen van beide lokkertjes voorzien. Hoe groter de advertentiewaarde, des te aantrekkelijker zijn zij ook voor ons mensen.

De bloemen van de hazelaar en de els geuren niet. Dergelijke katjes hebben geen insecten nodig. De wind zorgt voor de verspreiding van het stuifmeel. Bladeren ontbreken tijdens de bloei. Zij zouden voor de stuivende pollen alleen maar een belemmering zijn.

De eerste katjes bezorgen mij, net zoals de zang van de grote lijster, voorjaarskriebels. Bloeiende sneeuwklokjes, winterakonieten en krokussen geven mij dat gevoel niet. Waarschijnlijk heeft dat met het begrip 'natuurlijk' te maken. Hazelaar, els en grote lijster zijn voor mij natuurlijker dan bovengenoemde tuinplanten, die in allerlei rassen, als cultivars, voorkomen. Maar ook de 'natuurlijkheid' van de hazelaar op Nederlands grondgebied moeten we kritisch bekijken. Er zijn inmiddels, omdat we veel bosplantsoen hebben aangeplant, veel zuidelijke hazelaars onze kant op gekomen en die hebben een afwijkend genenplaatje. Hazelaars uit Zuid-Europa bloeien nu eenmaal eerder dan onze eigen inheemse planten. Klimaatverandering of niet: nu we eindelijk weer eens met een echte winter te maken hebben, stralen de goudgele katjes dit jaar keurig op tijd. De eerste bloeidatum op www.waarneming.nl staat op 7 januari. Nu, een maandje later, bloeit de hazelaar praktisch overal.

Veel planten zijn winterbloeiers en dat zijn ze altijd al geweest. De winterjasmijn en de wrangwortel, ook wel nieskruid genoemd, bloeien altijd in januari. En het is de gewoonste zaak van de wereld, dat de hazelaar in de koudste maanden van het jaar kwistig met stuifmeel strooit. Stuifmeel moet namelijk droog blijven om vanuit de mannelijke katjes naar de vrouwelijke stamperbloempjes te waaien.

Dat insecten bij deze bestuiving overbodig zijn, is aan de bouw van de bloemen te zien. De meeldraadkatjes zijn, als ze volledig rijp zijn, tien cm lang. In trosjes van twee tot vijf hangen ze aan de takken; de wind heeft er vrij spel op.

De vrouwelijke bloempjes zijn onopvallend. De purperen stempels blijven lang verscholen in de groene knoppen. Als je goed kijkt, zie je dat die knoppen niet even dik zijn. Maak een zware knop maar eens open. Hierin zit het stamperbloempje, dat na bevruchting in de herfst rijpe hazelnoten kan opleveren. Het is dan wel voorwaarde dat een paar van die miljarden stuifmeelkorrels op de plakkerige stempels terechtkomen. Om de kans op bestuiving te vergroten, wordt er niet alleen enorm veel stuifmeel geproduceerd, ook is het oppervlak van de stempels relatief groot.

Vindt de bestuiving vaak al in januari plaats, de eigenlijke bevruchting – het versmelten van stuifmeelkorrel en eicel – laat nog maanden op zich wachten. De goudgele meeldraadkatjes geven niet allemaal gelijktijdig hun stuifmeel prijs. Omdat aan een individu de mannelijke en de vrouwelijke katjes niet op hetzelfde moment rijp zijn, is de kans op zelfbestuiving gering. Dat is goed voor de kwaliteit van de noten. Zelfbestuiving levert minder noten op dan bestuiving in sociaal verband, daarom staan er meestal meerdere planten bij elkaar.

Mensen die nu al elzen zien bloeien, hebben weer met cultivars te maken en niet met de inheemse zwarte els. Het is verleidelijk om een aantal takken van de els als lentebode op de vaas te zetten, maar in de huiskamer doe je zoiets meestal maar één keer. Ongelooflijk wat een stuifmeel laten de mannelijke bloemen los.

Als de wilgen bloeien, is er voor de lente geen weg meer terug. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke katjes beschikken over veel nectar. Zij zijn voor de bestuiving dan ook voornamelijk op insecten aangewezen. Niet alleen hommelkoninginnen, ook honingbijen, citroenvlinders, dagpauwogen en kleine vossen dragen hun steentje aan de bestuiving bij. Als het een koud voorjaar is en er geen insecten vliegen, levert de wind altijd nog voldoende stuifmeel af. Wilgen en ook populieren eten dus wat de bestuiving betreft van twee walletjes.

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels