Stamperbloempje ;Vooral bij droog vriezend weer strooien de goudgele meeldraadkatjes kwistig met stuifmeel. De wind zorgt voor de verspreiding. foto's Gerrit Jansen
Stamperbloempje ;Vooral bij droog vriezend weer strooien de goudgele meeldraadkatjes kwistig met stuifmeel. De wind zorgt voor de verspreiding. foto's Gerrit Jansen
Naaktbloeiers krijgen eerst bloem en dan pas blad. Voor de bestuiving zijn zij voornamelijk op de wind aangewezen. De bloemen van hazelaar, els en berk zijn dan ook onopvallend van kleur en ze geuren niet.
Als je als plant alleen op insecten bent aangewezen voor de voortplanting is het risico dat de bestuivers bij lage temperaturen thuis blijven erg groot.
Daarom zijn de vroegst bloeiende zaadplanten altijd 'naaktbloeiers'. Zij
krijgen eerst bloem en dan pas blad. Het 'blootje' heeft alles te maken met
het ontbreken van bladeren op het moment dat de bloemen verschijnen. Bloemen
stralen eigenlijk altijd, maar dat stralen wordt geaccentueerd wanneer er
geen blad aanwezig is. Stuifmeel wordt in de meeste gevallen door wind of
insecten verspreid. Bloemen die insecten voor dit transport inschakelen,
adverteren met opvallende kleuren of geuren. In veel gevallen zijn de
bloemen van beide lokkertjes voorzien. Hoe groter de advertentiewaarde, des
te aantrekkelijker zijn zij ook voor ons mensen.
De bloemen van de
hazelaar en de els geuren niet. Dergelijke katjes hebben geen insecten
nodig. De wind zorgt voor de verspreiding van het stuifmeel. Bladeren
ontbreken tijdens de bloei. Zij zouden voor de stuivende pollen alleen maar
een belemmering zijn.
De eerste katjes bezorgen mij, net zoals de
zang van de grote lijster, voorjaarskriebels. Bloeiende sneeuwklokjes,
winterakonieten en krokussen geven mij dat gevoel niet. Waarschijnlijk heeft
dat met het begrip 'natuurlijk' te maken. Hazelaar, els en grote lijster
zijn voor mij natuurlijker dan bovengenoemde tuinplanten, die in allerlei
rassen, als cultivars, voorkomen. Maar ook de 'natuurlijkheid' van de
hazelaar op Nederlands grondgebied moeten we kritisch bekijken. Er zijn
inmiddels, omdat we veel bosplantsoen hebben aangeplant, veel zuidelijke
hazelaars onze kant op gekomen en die hebben een afwijkend genenplaatje.
Hazelaars uit Zuid-Europa bloeien nu eenmaal eerder dan onze eigen inheemse
planten. Klimaatverandering of niet: nu we eindelijk weer eens met een echte
winter te maken hebben, stralen de goudgele katjes dit jaar keurig op tijd.
De eerste bloeidatum op
www.waarneming.nl staat op 7 januari. Nu, een maandje later, bloeit de
hazelaar praktisch overal.
Veel planten zijn winterbloeiers en dat
zijn ze altijd al geweest. De winterjasmijn en de wrangwortel, ook wel
nieskruid genoemd, bloeien altijd in januari. En het is de gewoonste zaak
van de wereld, dat de hazelaar in de koudste maanden van het jaar kwistig
met stuifmeel strooit. Stuifmeel moet namelijk droog blijven om vanuit de
mannelijke katjes naar de vrouwelijke stamperbloempjes te waaien.
Dat insecten bij deze bestuiving overbodig zijn, is aan de bouw van de bloemen te zien. De meeldraadkatjes zijn, als ze volledig rijp zijn, tien cm lang. In trosjes van twee tot vijf hangen ze aan de takken; de wind heeft er vrij spel op.
De vrouwelijke bloempjes zijn onopvallend. De purperen stempels blijven lang verscholen in de groene knoppen. Als je goed kijkt, zie je dat die knoppen niet even dik zijn. Maak een zware knop maar eens open. Hierin zit het stamperbloempje, dat na bevruchting in de herfst rijpe hazelnoten kan opleveren. Het is dan wel voorwaarde dat een paar van die miljarden stuifmeelkorrels op de plakkerige stempels terechtkomen. Om de kans op bestuiving te vergroten, wordt er niet alleen enorm veel stuifmeel geproduceerd, ook is het oppervlak van de stempels relatief groot.
Vindt de bestuiving vaak al in januari plaats, de eigenlijke bevruchting –
het versmelten van stuifmeelkorrel en eicel – laat nog maanden op zich
wachten. De goudgele meeldraadkatjes geven niet allemaal gelijktijdig hun
stuifmeel prijs. Omdat aan een individu de mannelijke en de vrouwelijke
katjes niet op hetzelfde moment rijp zijn, is de kans op zelfbestuiving
gering. Dat is goed voor de kwaliteit van de noten. Zelfbestuiving levert
minder noten op dan bestuiving in sociaal verband, daarom staan er meestal
meerdere planten bij elkaar.
Mensen die nu al elzen zien bloeien,
hebben weer met cultivars te maken en niet met de inheemse zwarte els. Het
is verleidelijk om een aantal takken van de els als lentebode op de vaas te
zetten, maar in de huiskamer doe je zoiets meestal maar één keer.
Ongelooflijk wat een stuifmeel laten de mannelijke bloemen los.
Als de wilgen bloeien, is er voor de lente geen weg meer terug. Zowel de
mannelijke als de vrouwelijke katjes beschikken over veel nectar. Zij zijn
voor de bestuiving dan ook voornamelijk op insecten aangewezen. Niet alleen
hommelkoninginnen, ook honingbijen, citroenvlinders, dagpauwogen en kleine
vossen dragen hun steentje aan de bestuiving bij. Als het een koud voorjaar
is en er geen insecten vliegen, levert de wind altijd nog voldoende
stuifmeel af. Wilgen en ook populieren eten dus wat de bestuiving betreft
van twee walletjes.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



















