De eerste lezers van deze natuurpagina hebben al weer aan de bel getrokken, omdat ze medelijden hebben met de dieren in het veld. Dat siert ze, maar een stukje realiteit is wel op z'n plaats. Ook al vriest het buiten dat het kraakt, met de pony's en de schapen in de wei hoeven we, als ze eten en drinken hebben, geen medelijden te hebben.
Droge sneeuw blijft op de rug en het hoofd van een paard liggen zonder weg
te dooien, terwijl de temperatuur van het lichaam toch 38 graden is. Dit kan
alleen maar wanneer er voldoende lucht tussen het paardenhaar zit.
Poedersneeuw vormt een heel los dek waarin veel lucht wordt vastgehouden.
Lucht is een slechte geleider. Lukt het om lucht onbeweeglijk te maken, dus
op de een of andere manier vast te houden, dan hebben we een uitstekende
isolator. Hoe meer lucht des te beter is de isolatie. Natte sneeuw voert de
lucht even gemakkelijk af als water. Als wij wollen handschoenen aan hebben,
zien we iets dergelijks. Tussen de huid en de handschoen zit de
warmte-isolerende luchtlaag. De werking houdt op wanneer de luchtlaag in
beweging komt. We zien dat bij felle wind. We spreken tegenwoordig niet voor
niets over gevoelstemperatuur. Als er water of bijvoorbeeld olie in de
luchtlaag dringt, wordt de isolerende werking ook teniet gedaan. Een natte
handschoen biedt niet veel bescherming meer en een natte pels of met
stookolie besmeurde veren bieden deze al evenmin. Een zeevogel die met olie
besmeurd is, wacht een wisse dood. De veren plakken door de olie aan elkaar,
waardoor het koude water op de huid komt. De warmte-isolerende luchtlaag is
daardoor onderbroken. Het dier sterft onherroepelijk aan longontsteking.
Er zijn ook lezers die zich afvragen waarom een meeuw urenlang op het koude
ijs kan blijven staan, zonder dat zijn voeten vastvriezen. Als wij koude
voeten hebben, voelen we ons onbehaaglijk. Als we de huidtemperatuur van die
koude voeten opmeten, zien we dat het kwik niet veel verder is gezakt dan 35
graden. En toch klagen we. Bij een op het ijs staande meeuw heeft men in het
laboratorium van de romp tot de zwemvliezen op een aantal plaatsen de
temperatuur gemeten. Was het bovenaan nog 38 graden, langs de poten naar
beneden bleek de temperatuur snel te dalen. Bij het voetgewricht gaf de
thermometer acht graden aan, tussen de zwemvliezen nog maar vijf en op het
raakvlak met het ijs was de huidtemperatuur nul graden. Verder onderzoek
wees uit dat er een warmteregelaar is ingebouwd, die werkt volgens het
tegenstroomprincipe. Slagaders en aders blijken in de poten als het ware
tegen elkaar aan te liggen. Het naar de voet stromende bloed geeft een groot
deel van zijn warmte af aan het terugstromende koude bloed. Daardoor blijven
de voeten niet alleen lekker koud, maar er blijft ook veel lichaamswarmte
behouden. Watervogels zijn dus blij met wintervoeten.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












