Gerrit Jansen: Meer stadsgroen voor de mus

  vrijdag 09 november 2007 | 02:57 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 08 mei 2008 | 20:28

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Een terrasmus. foto Gerrrit Jansen

Een terrasmus. foto Gerrrit Jansen

1/2
start playing the slideshow

Geen huis zonder kwetterende huismussen. Zo was het vroeger, maar de tijden zijn veranderd. De Nederlandse broedpopulatie is in de laatste decennia met meer dan 50% achteruitgegaan. Wat is er aan de hand met de ‘kruimeldief’?

Regelmatig stellen lezers vragen over huismussen. Er spreekt bezorgdheid uit: de mensen zien en horen de gevederde straatschoffies niet of nauwelijks meer. De afname van de huismus begon rond 1980, maar kwam tien jaar later in een stroomversnelling terecht. Ik kan mij in die tijd nog herinneren dat Jules de Corte (1924-1996) als een van de eersten meldde dat er iets met de huismus aan de hand was. De blinde dichter, liedjesschrijver en zanger had een passie voor vogels. Jules keek met zijn oren. 'Aan de vogels hoor ik hoe hoog de bomen zijn', is een treffende uitspraak van hem. 'Wat ik steeds minder hoor, zijn de mussen. Hoe zou dat toch komen? Ik maak me echt zorgen om de mussen. Vroeger had je veel meer mussen. Die gingen met z'n allen zo te keer dat ik ze wel eens vroeg of het niet stiller kon.'

Ik weet nog dat die tekst toen diepe indruk op mij maakte. Het onderstreepte dat 'gewoon' in de natuur ook 'buitengewoon' kan zijn. In die tijd had elk druk bezet terrasje zijn terrasmussen. Als je bij de koffie een koekje kreeg, moest je het snel opeten, anders was het voor de mussen. Heerlijk toch. Twee maanden geleden was ik op Ameland. Het restaurant bij de Kooi, oostelijk van Buren, heeft ook nu nog echte terrasmussen. Ze eten daar zelfs uit je hand. In Amsterdam doen ze dit niet meer, als we tenminste de stadsecoloog Martin Melchers moeten geloven. Hij vertelde onlangs nog dat er nog maar zo'n 5000 huismussen in de stad wonen. Tien jaar geleden waren dat er nog 40000. Hij ontdekte tijdens zijn onderzoek dat een paartje sperwers in hartje Amsterdam de jongen met maar liefst 400 huismussen heeft grootgebracht. Dat hakt erin, maar een gezonde mussenpopulatie moet dat kunnen hebben. Roofvijanden kunnen een populatie prooidieren decimeren, maar nooit uitroeien. Dat kan alleen de mens.

Vijfentwintig jaar geleden, toen de tafelkleden nog buiten werden uitgeklopt en er op de daken nog dakpannen lagen, die niet overal even goed aansloten en de landbouwers nog veel graan verbouwden en morsten, was er met de huismus niets mis. De broedpopulatie werd op anderhalf miljoen paren geschat. Er was geen tuin zonder de brutaaltjes. Als ik de kippen voerde, schoven er altijd tientallen mussen aan tafel. In de klimop, die tegen de garage stond, sliepen er in de nazomer een paar honderd. Voordat die 'de oogjes dicht en de snaveltjes toe' hadden, was het in het groen een lawaai van jewelste. Die tijden zijn voorbij: in vijfentwintig jaar tijd is de landelijke populatie ingezakt tot 500.000 paren. Reden om de huismus op 5 november 2004 op de Rode lijst te plaatsen. Veel landen in Europa hebben een 'Rode Lijst' van bedreigde planten- en diersoorten. Zo'n lijst is een barometer van de biodiversiteit en maakt duidelijk welke soorten bescherming verdienen. Maatregelen pakken soms gunstig uit. Met de ijsvogel, de ooievaar, de lepelaar en de roodborsttapuit gaat het zo goed dat ze van de Rode Lijst kunnen worden afgevoerd. Ook kerkuil en groene specht zitten in de lift. Maar er zijn meer verliezers dan winnaars. De verliezers vinden we vooral onder de boerenlandvogels en de moerasvogels. De vrije val van grutto, veldleeuwerik, zomertaling en grote karekiet lijkt niet meer te keren.

Zover mag het met de huismus niet komen. Daarom is het goed dat Vogelbescherming Nederland met het 'Actieplan huismus' is gekomen. Natuurlijk redden we de huismus niet door de tafellakens weer buiten uit te kloppen. En ook het aanbieden van nestkasten, de zogenaamde 'mussenflats' kan hooguit een pleister op de wonde zijn. Nee, er moet meer stedelijk groen komen. Want ook de stadsvogels hebben buiten voedsel en nestgelegenheid behoefte aan dekking. Het verwijderen van een oude klimop die al jaren tegen de muur staat, kan zo maar een mussenpopulatie de das om doen. In een dichte klimop wordt niet alleen genesteld, maar ook geslapen en dat laatste doen mussen graag in elkaars gezelschap.

Ik weet niet of ik mij blij maak met een dode mus, maar het aantal huismussen bij ons op de voertafel is dit jaar minstens twee keer zo groot als de voorgaande drie jaren. Dat komt misschien ook wel, omdat ik de kippen dit jaar weer buiten voer. Huismussen hebben een groot aanpassingsvermogen. Van uitsterven zal dan ook geen sprake zijn. Wel moeten we de ontwikkeling met argusogen blijven volgen. Daarom moet er geteld worden. SOVON heeft daarvoor het Meetnet Urbane Soorten (MUS) opgericht. Er wordt in postcodegebieden geteld. 400 postcodegebieden zijn inmiddels bezet, maar er zijn meer tellers nodig. MUS wordt geheel digitaal uitgevoerd. Kijk maar eens op www.sovon.nl onder 'Monitoring' en vervolgens 'Broedvogels'.

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Hier even een reactie van Lucie uit Amsterdam. Ook ik maak mij heel erg druk om de huismus. Simpelweg helemaal verdwenen. Ik woon in het centrum van Amsterdam en kan mij nog goed herinneren dat deze beestjes met tientallen in de boom voor ons deur zaten. 's Morgens vroeg, 's middags en 's avonds. Ik heb mij toen afgevraagd hoe dat kwam dat ze er niet meer waren. Heel geleidelijk aan, verdwenen ze langzaam. Ik heb mijn broer (bioloog) vervolgens gevraagd of hij daar een antwoord op wist te geven. Volgens hem was dat, omdat er te veel kraaien en kraaiensoorten in de stad aanwezig waren. Nu komt het, ik heb een discussie geopend bij een één of andere (sorry dat ik dat niet meer weet) website voor heuze vogelkenners, sorry ik weet echt niet meer wat dat was.
Zij reageerden vervolgens heel makkelijk, dat het in ieder geval NIET zo was en als dat wel zo was dan hebben we gewoon te maken met de natuur. Dus lag het niet aan de kraaien volgens hen!
Nu de grap...heus waar, ik zie de laatste tijd haast geen kraaien en andere kraaisoorten meer bij ons op de gracht en wat is er gebeurd???? Driemaal raden, heus waar, de mussen zijn hier weer terug!! Niet gigantisch veel, maaaaar er zijn er weer een hele hoop. Dus denk ik toch dat mijn broer stiekem een klein beetje gelijk heeft. Wij zijn blij dat er weer een hoop mussen te horen zijn en te zien zijn.

Met vriendelijke groet,

Lucie
Lucie Gijsberti hodenpijl - 08-05-2008 | 20:28

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels