VEENENDAAL - Plantenvademecum voor tuin, park en landschap heet het nieuwe standaardwerk van Arie Koster uit Veenendaal. De (stads)ecoloog wordt wel vergeleken met de illustere Jac. P. Thijsse, de auteur van de Verkade-albums.
Een bosplantsoen in het voorjaar vol speenkruid. Daar geniet je toch van.
Net als van de pinksterbloemen op een speelveld of een oever met
ruigtekruiden als echte valeriaan en moerasspirea of wat te denken van klein
hoefblad in de wegberm. Ook dagvlinders, honingbijen en hommels ontgaat de
bloempracht niet. Over het belang en de betekenis van het groen in de
leefomgeving hoeven we het eigenlijk niet te hebben, zou je denken. Het was
zelfs een hype in ons land, erkent Arie Koster. De Groene Stad was nog niet
zo lang geleden een motto van de Floriade.
De natuur in de stad,
het dorp maar ook daarbuiten moeten we leren waarderen en koesteren. Want
waarom hebben we die groene omgeving nodig? "Het is rustgevend, goed
voor de luchtkwaliteit én de biodiversiteit - de variatie in plant- en
diersoorten."
Het merkwaardige is dat na die opleving de
kwaliteit van het groen toch weer achteruit holt. Er wordt de laatste tien
jaar meer en meer bezuinigd op het beheer. Groene open stukken worden
volgebouwd. Ook de opkomst van de steentuintjes doet de flora en fauna geen
goed. Koster: "Je ziet het groen vervlakken en afnemen. Groene plekken
in de stad worden volgezet en er wordt bezuinigd. Het ziet er niet uit, is
vaak kleurloos door te weinig bloemen en onaantrekkelijk ook voor kinderen
om te spelen."
De onderwijzer en bioloog Co Thijsse is vooral
bekend van de prachtige albums, maar stond destijds aan de wieg van de
natuurbeweging. Hij maakte zich honderd jaar geleden niet alleen zorgen over
de natuur, maar vooral ook over de relatie tussen natuur en mens. Dat heeft
Arie Koster in elk geval met zijn illustere voorganger gemeen. Dit vond ook
zijn Wageningse hoogleraar Zonderwijk al.
Het gebruik van
pesticiden en herbiciden en intensief - op netheid gebaseerd - groenbeheer
hadden de natuurlijke elementen vrijwel geheel uit de stad en dorp
verdreven. In de jaren tachtig ontstaat de stroming dat de natuur meer
ruimte moet krijgen en komt de discussie over ecologisch groenbeheer op
gang. Hier en daar ook worden de eerste resultaten van die aanpak zichtbaar.
Van Kosters hand verschijnt begin jaren negentig het Vademecum wilde
planten. De eerste druk is binnen twee maanden uitverkocht. "Het was
een geweldig succes." Het boek werd aangeprezen 'voor in de fietstas of
dienstauto en voor op het bureau van degene die bestekken schrijft of het
ontwerp maakt'. Hoewel het vademecum boordevol tips staat voor de
tuinliefhebbers was het in de eerste plaats geschreven voor de
professionals, de groenbeheerders.
Koster wilde hen en wil nu nog
steeds iedereen winnen voor het ecologisch groenbeheer. Maar dan moet je wel
eerst de planten kennen. Bovendien spreken ze een taal. Als je die kunt
verstaan, dan kun je ook het landschap beheren. Want het gaat niet om die
ene plant, ook niet om de vegetatie, maar om de ecologische, esthetische en
recreatieve waarde van ons landschap. De plantensoorten of een combinatie
van soorten zeggen iets over het milieu, maken invloeden van het verleden en
het heden zichtbaar en voorspellen iets over de toekomst. Dertig jaar
onderzoek en ervaring van Koster heeft hij in zijn nieuwe plantenvademecum
neergelegd. Het boek is de basis en de cd-rom laat volgens Koster zien wat
je allemaal kunt bereiken. "Alles is zo opgezet dat een breed publiek
het materiaal kan gebruiken, maar ook docenten en studenten.''
-
Arie Kosters Plantenvademecum voor tuin, park en landschap, gebonden, 420
pagina's, met illustraties en cd-rom bij Fontaine Uitgevers, prijs 34,90.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















