Vergeleken bij het Franse en Engelse landschap, waar men kilometers lang kan genieten van houtwallen en heggen, is het Nederlandse agrarische landschap erg saai.
De boeren vlochten de heggen opdat het vee rondom de boerderij zou blijven en om indringers erbuiten te houden. Het heggenvlechten was een normale wijze van heggenonderhoud en het vlechten werd tot een ambacht verheven. Zo ging het eeuwen door tot het prikkeldraad rond het jaar 1910 zijn intrede deed en de waardevolle heggen in rap tempo verdwenen. Schaalvergroting van de landbouw leidde verder tot ingrijpende veranderingen die desastreuze gevolgen had voor de rijke biotopen die de heg ooit kon herbergen.
Nu behoren heggen vaak tot de laatste leefgebieden van wilde planten en dieren in onze intensief beheerde akkers en weiden. Ecologisch zijn zij veel belangrijker zijn dan hun kleine oppervlakte doet vermoeden.
Door grote variatie in begroeiing en microklimaat bieden ze planten en dieren veel mogelijkheden. Ze bieden beschutting, een leefgebied, voedsel en een veilige verbindingsweg tussen de open velden door. Veel vogels vinden in de heg een uitstekende plek om te nestelen en een voedselrijke omgeving. Ook dassen en marterachtigen gebruiken de dekking van de heg om zich te verplaatsen. Voor reptielen, amfibieën en insecten is de heg onontbeerlijk voor hun aanwezigheid in het gebied.
Het wordt steeds belangrijker om de nog aanwezige heggen te onderhouden. Soms worden in provinciale plannen aan een gebied statussen toegekend waarin behoud, herstel en uitbreiding van kleine landschapselementen centraal staan. Het gebied ten westen van Molenhoek is zo'n gebied. Daar zet de Vereniging Bos en Kuil zich samen met bewoners, deskundigen van de landschapswacht en heggen.nu in voor een aantrekkelijke omgeving voor mens en dier.
- Meer informatie staat op www.bosenkuil.nl
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















