De ganzenexcursie van het Natuurmuseum in Nijmegen voert over de dijken van de Gelderse Ooijpolder en het heggenlandschap van de aangrenzende Duffelt in Duitsland.
In dit kilometers brede winterbed van de rivier wonen mensen op terpen met een roeiboot tegen het huis. Dit drassig laagland is een overwinterplek voor ganzen. Het Natuurmuseum Nijmegen stuurt elke zondag in januari en februari een bus met een gids door het gebied. Met onderweg verhalen over de streek en over trekvogels: eenden, reigers, bosuilen en de enorme aantallen grauwe ganzen en kolganzen. En een stop bij een terpboerderij voor koffie en appeltaart.
Een van de gidsen is Steven Uijen. Hij weet wat de ganzen er zoeken: kort jong gras. Niet de verwilderde natuurgebieden met hun hoog opschietend gras. Om dat te eten heb je een rundertong nodig, die het taaie gras naar binnen trekt. Ganzen hebben niet zo'n tong. Daarom zoeken ganzenkolonies graag de uitgestrekte graslanden in de Ooijpolder op. "Met een beetje geluk", zegt Uijen, "kun je tienduizend, soms twintigduizend ganzen zien". Er zijn altijd ganzenfamilies aan het vreten. Want om energie op te bouwen voor de terugreis moeten ze een pond gras per dag eten, een vijfde van hun gewicht. Daar zijn ze urenlang druk mee. Tot ergernis van de boeren, die zien dat deze wintergasten de grond vertrappen en het land volpoepen.
In de lente gaan ze terug naar hun broedgebied, Siberië en Lapland. Sommige ganzen doen mee aan een onderzoeksproject en dragen een ring om de nek. Een blauwe ring laat zien dat de gans uit Zweden komt. De ganzen om hem heen ook, want dat is familie. Ganzenparen blijven elkaar trouw tot in de dood. "Daarom is het afschieten zo'n ramp", zegt Uijen. "Je schiet hele families aan flarden."
- Ganzenexcursies elke zondag in januari en februari. Start 12.30 u. tot ca. 15.30 u. Natuurmuseum, Gerard Noodtstraat 121, Nijmegen. Kosten € 14 (t/m 14 jr. € 10). Inclusief koffie/thee en appeltaart). Aanmelden een week van te voren: 024-3297070 of info@natuurmuseum.nl
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















