De beverrat in Park Rosorum in Zevenaar. Voor buurtbewoners rond de jaarwisseling een echt troeteldier en beslist geen ongewenste vreemdeling. foto Luci Seegers
Gedode beverrat. foto Gerrit Jansen
In 2007 hebben beroepsrattenvangers in ons land 233.690 muskusratten en 1.850 beverratten gevangen. Een beperkte populatie van de muskusrat wordt geaccepteerd, maar de beverrat moet worden uitgeroeid, zeggen de Waterschappen.
Wel drie keer per week rijd ik over de dijk van Angeren naar Bemmel. Regelmatig kom ik dan rattenvanger Nico Evers tegen. We maken dan een praatje en hij brengt mij op de hoogte van zijn vangsten. Het gaat om twee uitheemse knaagdieren: de muskusrat en de beverrat. Aardige en biologisch interessante beesten, maar vanwege hun graaflust en enorme voortplantingscapaciteit ongewenste vreemdelingen.
De bestrijding van beide exoten in ons land is dan ook bij wet geregeld. De
ratten ondermijnen met hun gegraaf de stabiliteit van oevers en dijken
waardoor er gevaar voor overstroming kan ontstaan en ook 'valkuilen' voor
vee, mens en landbouwmachines.
In Gelderland zijn de
Waterschappen verantwoordelijk voor de bestrijding. In 2007 werden er 11.935
muskusratten gevangen in 2003 nog 45.883. Een positieve vangstontwikkeling.
De populatie muskusratten blijft daardoor op een aanvaardbaar peil.
Onderzoekers hebben berekend dat bij een jaarlijks vangst van rond de 8.000
dieren de populatie binnen de berken blijft. Wat betreft de beverrat kent
men geen enkele clementie: de Zuid-Amerikaan moet volgens de deskundigen
totaal worden uitgeroeid.
Ik ben laatst met Nico Evers op pad
geweest. Ik heb mij in een waadpak gehesen en ben met de rattenvanger de
vangkooien wezen controleren. Nico is een vakman met hart voor de natuur.
Het vangen begint met spoorzoeken. Aan de hand van vraatsporen, uitwerpselen
en natuurlijk uitgegraven zand laat hij zien waar hij de klemmen en andere
vangmiddelen moet plaatsen.
De klemmen worden onder water voor de ingang van de bouw van een muskusratfamilie geplaatst. De in- en uitgangen van een hol liggen onder de waterspiegel. Bij het in- en uitzwemmen slaat de val dicht en sterft de rat ogenblikkelijk. Er worden ook fuiken van gaas – vooral tijdens de trek van de muskusrat in voor- en najaar – geplaatst. In deze fuiken, die in duikers en voor bruggen worden geplaatst, sterft de rat door verdrinking.
Een omstreden vangtechniek en dat vinden de rattenvangers ook. Beverratten
worden levend gevangen en daarna doodgeschoten. Nico vertelt dat in verband
met bijvangsten en om stress bij de gevangen ratten te voorkomen de kooien
dagelijks worden gecontroleerd. We zijn in de Gendtse polder en aan de
knaagsporen te zien, gaat het daar buitengewoon goed met de uitgezette
bevers. Ik vraag hem naar de bijvangsten, wetende dat er elk jaar honderden
eenden, waterhoentjes, meerkoeten en zelfs aalscholvers in de klemmen
belanden.
Dat er duizenden bruine ratten geslachtofferd worden, is niet zo erg, maar
andere zoogdieren en ook vogels en vissen is kwalijk, maar helaas
onvermijdelijk. In 2007 sneuvelden er in klemmen 290 bunzingen en 40
hermelijnen. Niet vreemd, want deze marterachtigen zijn de natuurlijke
vijand van de muskusrat. Nico vertelt dat de bestrijders zich heel goed van
het kwaad bewust zijn. Over de bevers hoef ik mij geen zorgen te maken: die
lopen niet gauw in dergelijke vallen. En… hij maakt gebruik van kooizenders.
Zo'n zender waarschuwt via de mobiele telefoon als de levendvangende kooi is
dichtgeklapt. De rattenvanger gaat dan ogenblikkelijk naar de betreffende
kooi. Zit er een beverrat in dan schiet hij het dier dood; een ongewenste
bijvangst wordt ogenblikkelijk losgelaten.
Ik weet dat er
veel mensen zijn die zich afvragen of de bestrijding van deze twee
vreemdelingen wel zo noodzakelijk is. Het nut van de intensieve en daardoor
dure rattenbestrijding staat niet alleen bij dierenliefhebbers ter
discussie. Ook de bestrijders staan open voor alternatieven. Daarom heeft
men besloten tot een veldproef: in een redelijk afgesloten gebied laat men
de populatie muskusratten haar gang gaan. De toekomst moet uitwijzen of
natuurlijke factoren, zoals voedselaanbod, predatie en ziekte, de populatie
ook op een aanvaardbaar peil kunnenhouden.
Voor de beverrat –
vanwege de pels ook wel Nutria genoemd – bestaat geen pardon. De
Zuid-Amerikaan – in Europa ontsnapt uit pelsdierfokkerijen – is veel groter
dan de muskusrat. Hij graaft weliswaar minder, maar de schade door vraat aan
de oevervegetatie en aan gewassen is enorm.
De populatie is nog zo klein dat terugbrengen tot nul nog mogelijk is. Als Duitsland ook gaat bestrijden, kunnen we deze vreemdeling buiten onze grenzen houden en dat lijkt een goede zaak. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen, dat het een prachtbeest is.
Het knaagdier heeft zwemvliezen tussen de tenen, een ronde staart en enorme oranje snijtanden. Met staart kan de rat wel een meter groot worden en er zijn knapen van 10 kilo gevangen. Een exotische schoonheid, maar geen aanwinst voor onze natuur.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties












