Ganzenpopulatie neemt gestaag toe

  vrijdag 23 januari 2009 | 05:20

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Ganzen in de Ooijpolder

Ganzen in de Ooijpolder

Het aantal overwinterende ganzen in Nederland vertoont nog altijd een stijgende lijn. De dieren zorgen voor toenemende overlast op akkers en weilanden, met veel klachten van boeren tot gevolg.

Of er nu met 1,5 miljoen overwinteraars te veel ganzen zijn? Die constatering is veel te voorbarig, vinden wetenschappers.

Henk van der Jeugd uit Groningen, onderzoeker bij onder meer instituut Sovon, volgt de brandganzen op hun trek van Rusland naar West-Europa. Zijn collega bij Alterra, Bart Ebbinge uit Wijk bij Duurstede, doet hetzelfde met rot- en kolganzen. Ze zijn eensgezind in hun visie. Ebbinge: "De bewering dat de gans nu ineens een plaag wordt, terwijl de overheid kortgeleden de jacht heeft beperkt om de ganzen beter te beschermen, vind ik merkwaardig. Als je vindt dat de landbouwschade te groot is, stel dan eerst normen."

Van der Jeugd: "Je zult moeten vaststellen hoeveel ganzen je hier wilt hebben en wat de consequenties van afschot voor een populatie zijn, voor je kunt zeggen dat er te veel zijn." Beide biologen kunnen bogen op jarenlange ervaring in het ganzenonderzoek. Van der Jeugd, naast zijn Sovon-werk ook coördinator van het vogeltrekstation in Heteren, doet dat 's zomers in het broedgebied aan de baai van Kolokolkova in het noorden van Rusland. Doel is zicht te krijgen op de verschillende populaties en de onderlinge uitwisseling van de brandgans. Vijftig jaar geleden hield het met vijftigduizend op. Het tij keerde toen de jacht werd stopgezet en de voedselsituatie in de overwinteringsgebieden sterk verbeterde. De populatie vertienvoudigde, tot een half miljoen. Maximaal brengen 400.000 ganzen de winters in Nederland door. De rest zit vooral in Duitsland.

Ondertussen heeft de brandgans zijn broedgebied uitgebreid, tot in het Oostzeegebied en zelfs in Nederland. Boeren klagen steeds meer dat de ganzen langer in ons land blijven. Ze hebben gelijk. De laatste tien jaar doet zich een verandering voor in de verspreiding, vertelt Van der Jeugd.

De brandganzen vertrekken tegenwoordig pas half mei uit het Waddengebied. Eerder hielden ze het hier eind maart, begin april al voor gezien. Dan trokken ze eerst naar de Oostzee om half mei verder in noordelijke richting te vliegen, naar de broedgebieden. Uit ring- en satellietonderzoek blijkt dat de ganzen die deze nieuwe strategie volgen naar de Barentszee trekken om daar te broeden. De afstand tot deze nieuwe broedgebieden is korter, zodat een tussenstation om bij te tanken niet meer nodig is. De boeren in ons land, die de ganzen te gast hebben, kunnen kiezen voor een gedoogregeling. Tegen een vergoeding accepteren ze dat de vogels hun land kaal vreten.

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
De in dit artikel genoemde Bart Ebbinge is een van de Pool-wetenschappers die 21 maart zal spreken op Pool tot Pool in het Museon, Den Haag

meer info: www.pooltotpool.nl
Pool tot Pool - 26-01-2009 | 15:16

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels