Vogelbescherming Nederland houdt komend weekeinde voor de zesde keer de Nationale Tuinvogeltelling. Iedereen kan meedoen door op 24 of 25 januari een uur lang de vogels in de tuin of op het balkon te tellen.
Deelnemers die een voederplaats hebben - met bijvoorbeeld vetbolletjes,
pinda's, zaden en broodkruimels - krijgen de meeste vogels op bezoek.
Volgens Maarten Hermens van de vogelwerkgroep van IVN De Groene Overlaat zijn
er op het moment veel vogelsoorten te vinden in tuinen. "Dat komt door
de koude winter. Er worden nu zelfs goudhaantjes gesignaleerd in de tuin en
die zie je normaal alleen in de naaldbossen." Het goudhaantje is een
kleine zangvogel die slechts negen centimeter groot wordt en vier tot zeven
gram weegt. Hij wordt het hele jaar door in Nederland gesignaleerd, maar
komt vooral voor in het Zuid-Duitse Zwarte Woud. "Maar daar is het in
deze tijd van het jaar te koud voor ze."
De top drie tijdens
de Tuinvogeltelling van vorig jaar bestond uit de huismus, koolmees en
merel. Daarna kwamen de pimpelmees, spreeuw, vink, kauw, Turkse tortel en
houtduif. "De mus komt nog steeds veel voor, maar wel minder dan
vroeger, toen de tafellakens nog buiten werden uitgeklopt", weet de
Cuijkse vogelliefhebber. "Mussen eten namelijk het liefst broodkruimels
en zaden van de grond. Pas als ze echt honger hebben, zie je ze ook aan de
vetbolletjes hangen." Naast de huismus, laat ook de ringmus - een
kleinere soort - zich steeds vaker zien.
Absolute toppers bij de
voederplaatsen in de tuin zijn de pimpel- en koolmeesjes. Hermens: "
Maar je ziet nu ook veel andere mezensoorten zoals de staartmees, kuifmees,
zwarte mees en matkopmees."
Roodborstjes en winterkoninkjes
worden het hele jaar door gesignaleerd. "Maar de vogels die je hier in
de zomer ziet, zijn niet dezelfde als in de winter. De roodborstjes en
winterkoninkjes die nu in onze tuinen zitten, komen vanuit Scandinavië en
deze zijn veel tammer. De vogels die hier in de zomer verblijven, zitten nu
in Frankrijk." Hetzelfde geldt voor de merel. De diverse vogelsoorten
die in Nederland de winter doorbrengen, verblijven het liefst in dichte
struiken, waar ze beschermd zijn tegen wind en regen. Om warm te blijven,
kunnen ze hun veren uitzetten, zodat een isolatielaag van lucht ontstaat.
Hoe kleiner de vogel is, hoe sneller hij zijn warmte verliest en des te meer
hij in de winter moet eten om te overleven. Een kleine vogel heeft in
vorstperiodes dagelijks tweemaal zijn lichaamsgewicht aan voedsel nodig.
Nationale Tuinvogeltelling 2009: 24 en 25 januari. Meer informatie en
aanleveren van de telresultaten:
www.tuinvogeltelling.nl .
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












