Het aantal steenuilen in Nederland neemt langzaam maar zeker af. ,,De sterfte onder steenuilen blijft groter dan de aanwas. Het voortbestaan van de soort komt in gevaar. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa" , zegt Ronald van Harxen uit Winterswijk.
Als voorzitter van de overkoepelende steenuilenorganisatie Stone
(Steenuilen Overleg Nederland) maakt hij zich steeds grotere zorgen over het
kleinste uiltje van Nederland.
In Twente en de Achterhoek komen de
grootste dichtheden van de steenuil in Nederland voor. Uit gegevens
verzameld door vogelwerkgroepen en natuurorganisaties blijkt hoe belangrijk
de regio voor het voortbestaan van de steenuil is. Zo broeden in de
Achterhoek nog zo'n 1500 tot 1700 broedparen en kent ook Twente gebieden met
veel steenuilen.
,,De steenuil is een zeer traditionele en
honkvaste vogel", legt Van Harxen uit. "De uil komt vrijwel
uitsluitend op boerenerven voor. Hier wordt niet alleen een nestplaats
gezocht, maar zoeken de steenuilen voedsel in een straal van zo'n 300 meter
rond het nest. Hier moet alles te vinden zijn: voedsel voor de jongen, maar
ook genoeg voedsel om de winter door te komen."
De
achteruitgang van de steenuil kan dan ook deels worden verklaard door de
veranderingen op boerenerven. Oude schuurtjes, waarin de uilen broeden
verdwijnen en ook het boerenerf en omliggend landschap is veranderd. Het is
te netjes geworden, waardoor er te weinig muizen voor de steenuilen te
vinden zijn, maar ook minder kikkers, meikevers, rupsen en als het tegenzit
regenwormen. Want de steenuil lust alles, maar eet wel veel.
Het
grootste probleem voor de steenuil vormt de enorme sterfte onder vogels
jonger dan een jaar. Maar liefst driekwart van de jonge steenuilen haalt het
eerste levensjaar niet. En van de oudere vogels sterft jaarlijks gemiddeld
een kwart. "Die sterfte onder jonge vogels is sterk toegenomen, maar
ook de overlevingskans van oudere vogels neemt af. Daarbij zien we een
driejaarlijkse cyclus, waarbij jaren met extreem hoge sterfte voorkomen. Die
hoge sterfte om de drie jaar kunnen we niet verklaren met bijvoorbeeld
strenge winters. Extra onderzoek is hier dringend noodzakelijk."
Stone analyseerde de afgelopen twee jaar wel de gegevens van het
Vogeltrekstation van 30.000 geringde steenuilen in ons land.
Van
Harxen: ,,Daaruit blijkt dat jonge steenuilen absoluut niet ver weg trekken,
maar een broedplaats in de buurt van het ouderlijk nest zoeken. Eigenlijk
trekken jonge steenuilen niet verder weg dan hooguit zo'n 5 kilometer van
het eigen nest. Vogels die veel verder vliegen zijn een uitzondering."
www.steenuil.nl
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















