Vorig jaar wandelde een everzwijn de stad in. Door ontwikkeling van ecologische verbindingszones zal confrontatie met wilde dieren vaker voorkomen. Het Natuurmuseum bereidt de regio al een beetje voor op de grootste: het edelhert.
De komst van het wilde zwijn naar het Limos-terrein in Nijmegen vorig jaar
januari zette directeur van het Natuurmuseum Gerard Mangnus aan het denken. "
De confrontatie tussen mens en wild dier werd daar concreet. Daardoor
realiseer je je dat als er een wild zwijn de stad in kan komen, een edelhert
dat ook kan."
Met een hoogte van 2 meter (inclusief gewei), is
het edelhert het grootste zoogdier van Nederland. Het dier komt van nature
voor in de regio rond Nijmegen. Henny Brinkhof, lid van de Werkgroep
Milieubeheer Groesbeek en zodoende betrokken bij de ontwikkeling van het
Ketelwald (de natuur tussen Nijmegen en Kleve): "Uit de 18e eeuw stamt
een bericht dat er twee edelherten zijn verdronken in de beek 'de Groesbeek'"
.
Rond 1810 verdween het edelhert uit het Rijk van Nijmegen. Mangnus:
"Bij opgravingen in deze regio komen regelmatig skeletten van
edelherten naar boven. Excessief jagen en vooral stropen heeft de dieren
verdreven." Paul Buitenhuis van de Vereniging Het Edelhert: "Ook
de Franse bezetting onder Napoleon maakte de regio voor edelherten geen
aantrekkelijk leefgebied."
Tegenwoordig leeft het edelhert nog
maar op twee plekken in Nederland: de Veluwe en de Oostvaardersplassen. Met
de plannen om een robuuste ecologische verbinding te creëren tussen die twee
gebieden en het Reichswald, waar de edelherten sinds eind negentiende eeuw
ingerasterd zitten, moet het dier ook weer in de gebieden rond Groesbeek en
Ubbergen kunnen komen.
Volgens Brinkhof hoeven we het hert in
tegenstelling tot het wilde zwijn niet te vrezen. "Het edelhert is de
grootste schijterd die je kunt vinden".
Mangnus: "Het
zijn natuurlijke grazers. De galloways en konikspaarden die nu in de
Ooijpolder rondlopen zijn ingehuurd, maar de herten horen er eigenlijk thuis.
"
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wettelijk is bepaald
dat de dieren maar op twee plekken in Nederland voor mogen komen, onder meer
omdat ze landbouw schade kunnen toebrengen.
Volgens Brinkhof valt
dat in eerste instantie wel mee. "Als die ecologische verbinding over
een aantal jaren een feit is, komen de herten echt niet in drommen naar deze
regio."
Het edelhert is een trekkend dier. En hoewel het
moeiteloos een rivier kan oversteken, zijn wegen in een ecologische
verbinding een groot obstakel. "Misschien zal een enkeling doorsijpelen
naar de Veluwe of andersom. Wat overigens goed is voor de soort, omdat er
dan nieuw bloed wordt geïntroduceerd. Wel moet er een regeling komen zodat
dieren worden afgeschoten als het er te veel zijn, net als bij ganzen",
aldus Brinkhof
Mochten ze op termijn toch in een kudde te zien
zijn, dan is het in elk geval een lust voor het oog. Mangnus: "Twee
mannetjes die elkaar bevechten, met de geweien tegen elkaar, is prachtig om
te zien." In de expositie die het Natuurmuseum aan het edelhert heeft
gewijd, zijn twee opgezette kampende herten dan ook het middelpunt. Ook
wordt uitgelegd waar ze om vechten. Wie wint mag namelijk met de hele kudde
vrouwtjes, tussen de tien en twintig, paren.
De tentoonstelling
gaat verder uitgebreid in op het gewei van het hert, dat er elk jaar afvalt
en opnieuw aangroeit. Mangnus: "En natuurlijk mag het door onszelf
opgezette wilde zwijn van het Limos-terrein niet ontbreken. Tenslotte heeft
hij ons aan het denken gezet over de terugkeer van het edelhert."
De tentoonstelling is tot en met 28 juni te zien in het Natuurmuseum Nijmegen,
Gerard Noodtstraat 121.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












