In het nieuwe natuurgebied Ottershagen wemelt het van de vogels. Wat er op
het eerste oog uitziet als een paar onder water gelopen weilanden, blijkt in
de praktijk een van de belangrijkste en waardevolste weidevogelgebieden van
Twente. Ottershagen ligt in het noordelijk deel van Twente, even oostelijk
van Lattrop, waar de Dinkel weer Duitsland binnenstroomt.
"Ottershagen is voor trekvogels en broedende weidevogels een zeer
belangrijk gebied geworden", vertellen Robert Westerhof van de
Vogelwerkgroep Ootmarsum en Richard Hesselink uit Tilligte, die de vogels in
het gebied onderzoeken. Sinds Natuurmonumenten in dit landbouwgebied de
eerste grondaankopen deed is de vogelstand spectaculair toegenomen.
Met de verrekijker is het allemaal perfect vanaf de zandweg te observeren
zonder dat de vogels worden verstoord. Het meest opvallend zijn de
luidruchtige grutto's, zeker als er een buizerd voorbij komt en ze met
duikvluchten onverschrokken de roofvogel aanvallen om het broedsel in het
hoge gras te beschermen. En dan zijn er ook nog kieviten en zelfs tureluurs,
in Oost-Nederland al bijna niet meer als broedvogel in weidegebieden te
vinden.
In totaal is het natuurgebied nu 50 hectare groot, maar er
kan op grond van aanwijzingen door de Provincie Overijssel in totaal een
gebied van 280 hectare ontstaan met geld ten behoeve van de inrichting van
de Ecologische Hoofdstructuur. Bij de betrokken grondeigenaren, landbouwers
in het gebied, hangt de vlag zeker niet uit. "Maar met de inrichting
van dit gebied kan wel een van de belangrijkste weidevogelgebieden worden
gerealiseerd. Met twintig paar herbergt Ottershagen nu al de helft van alle
grutto's in heel Twente", aldus Hesselink.
Ottershagen was
altijd al een heel nat gebied langs de Dinkel. Het werd als een van de
laatste landbouwgebieden in 1953 ontgonnen, waarbij ook de Dinkel werd
ingedijkt. Met de ontginning verdween een van de belangrijkste Twentse
'natte' natuurgebieden. Het was beroemd om de vele vogelsoorten, maar ook om
de bijzondere flora en het feit dat hier, zoals de naam al zegt, ooit otters
voorkwamen. "Het was een gebied waarin het lange tijd alleen mogelijk
was om in de zomer te hooien, waarbij het hooi soms letterlijk richting
Duitsland werd weggespoeld bij extreme regenval", aldus Hesselink.
Samen met Westerhof hoopt hij dat het gebied weer grotendeels in oude glorie
kan worden hersteld, waarbij ook Dinkel en de Hollander Graven die het
gebied doorsnijden, weer een natuurlijke inrichting kunnen krijgen. "We
zouden een bezoekerscentrum met een observatieplatform willen maken. Dan kan
iedereen met dit prachtige gebied kennismaken."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















