Als de jongen bijna vliegvlug zijn, verdringen ze zich in de nestopening. Als alle ogen naar één kant gericht zijn, is er een ouder met voer in aantocht. foto's Koos Dansen ;Een gat van niks.
Als de jongen bijna vliegvlug zijn, verdringen ze zich in de nestopening. Als alle ogen naar één kant gericht zijn, is er een ouder met voer in aantocht. foto's Koos Dansen ;Een gat van niks.
Het is niet de eerste keer dat een lezer van de natuurpagina mij wijst op bouwwerkzaamheden rond een oeverzwaluwkolonie. Begin mei 2003 kregen de bouwers van de Betuwelijn er ongewild een aantal grondwerkers bij. In het talud van het nieuwe viaduct over de N325 bij Ressen nestelden zich in een mum van tijd bijna honderd paartjes oeverzwaluwen.
De werkzaamheden zijn na goed overleg gedeeltelijk stil gelegd. In het begin
was de verstoring nog erg groot. Op een gegeven ogenblik, toen er een
scheidingswand op betonnen voeten werd geplaatst, is een gedeelte van de
steile wand ingezakt. Er waren op dat moment 98 nestpijpen. Omdat de vogels
nog aan het nestelen waren en pas een enkel paar op eieren zat – jongen
waren er zeker nog niet – zal het aantal slachtoffers relatief beperkt zijn
gebleven. Zeker de helft van de vogels was op het moment van de ramp niet
thuis. Dat betekent, omdat er maar een oudervogel op de eieren zit, minder
dan twintig doden. Maar wat zou er gebeurd zijn, als we niet een opmerkzame
lezeres van De Gelderlander hadden gehad? Veel bouwers zouden het werk niet
aangepast hebben, dat kost immers geld. De hele kolonie zou dan vroeg of
laat onder het zand bedolven zijn. Nu konden er nog 48 paren hun jongen
grootbrengen.
Koos Dansen is ook zo'n opmerkzame lezer. Hij zag
eind mei boven een bouwplaats in de Arnhemse nieuwbouwwijk 'Schuytgraaf' een
groep oeverzwaluwen vliegen. Dan moeten er ook nesten zijn, dacht Koos, en
die vond hij op een onmogelijke plaats, namelijk in een bouwput van nog geen
drie bij anderhalve meter en ongeveer een meter diep. Eigenlijk enkel een
gat met steile wanden. Net onder het maaiveld telde hij 21 nestholtes,
verdeeld over alle vier de wanden. Een hopeloze broedplek: zelfs voor een
pioniervogel gedoemd om te mislukken. Maar broedende vogels zijn wettelijk
beschermd en daar komt bij dat de oeverzwaluw ook nog eens op de rode lijst
staat. Koos zocht contact met Christine Paris, de Arnhemse stadsecologe. Zij
regelde dat de werkzaamheden in de nestkuil werden stilgelegd en er een
hekwerk omheen werd gezet. Prima geregeld, de oeverzwaluwen gingen broeden
en Koos ging drie weken met vakantie.
Toen hij weer thuis was,
ging hij meteen naar 'zijn' oeverzwaluwen kijken. En het zag er goed uit: 12
tot 15 nesten met 3 tot 5 bijna vliegvlugge jongen, een broedsucces van rond
de 50! Twee weken geleden zijn de jongen uitgevlogen. De stratenmakers waren
de broedkolonie al tot op twintig meter genaderd, maar de zwaluwen trokken
zich van alle bouwbedrijvigheid en bijbehorend motorgeronk niet veel aan.
Als het bouwbedrijf slim was geweest, hadden ze direct na het uitvliegen van
de jongen het gat gedicht. Dat is niet gebeurd: de zwaluwen zitten voor de
tweede keer op eieren en dat betekent dat de stratenmakers maar vervroegd
met bouwvakvakantie moeten. Goed voor de zwaluwen, maar misschien wel een
financiële strop voor het bouwbedrijf.
Na de melding van Koos
ben ik in de nieuwbouwwijk op zoek gegaan naar zijn zwaluwen. Ik heb ze met
de grootste moeite gevonden. Het is in de Schuytgraaf één grote bouwput en
je vraagt je af wat de vogels daar te zoeken hebben. Ik liep rond met een
verrekijker en een fototoestel. Toen ik een van de stratenmakers in 'veld 5'
vroeg of hij mij kon vertellen of er in de buurt een kolonie oeverzwaluwen
zat, keek hij mij argwanend aan. "Al zou ik het weten: ik zou het niet
vertellen", was zijn antwoord. Een 'deskundige', die weet dat een
onverwachte vestiging van een kolonie in een gronddepot stagnatie in de bouw
oplevert.
Ik heb daar begrip voor, want je moet je mensen toch aan
het werk houden. Maar laten we eerlijk zijn: de natuur heeft het met onze
expansiedrift al zo moeilijk. En als er regels zijn, dan moeten die ook
worden nageleefd.
Het is prima, dat natuurliefhebbers kritisch
kijken naar de vele bouwlocaties in ons land. Voor vragen over wat mag en
wat niet mag heeft Vogelbescherming Nederland een website, speciaal over
vogels en de wet geopend:
www.vogelsendewet.nl .
Uiteindelijk heb ik de kolonie gevonden.
Net zoals Koos zag ik boven een braakliggend terrein oeverzwaluwen
voedselvluchten uitvoeren. De vogels wezen mij zelf de weg. Fantastisch: 25
nestpijpen in een gat van niks. Er zijn kunstnesten voor huis- en
boerenzwaluwen, maar volgend jaar maak ik op ons terrein een bouwput voor
oeverzwaluwen!
De oeverzwaluw is geen metselaar zoals de
boerenzwaluw en de huiszwaluw, maar een grondwerker. Ik heb de zwaluwen in
het talud van het viaduct bij Ressen in 2003 aan het werk gezien. Zowel de
mannetjes als de vrouwtjes waren als gekken met snavel en poten in de
zandberg aan het graven. Een kostelijk gezicht. Overal vloog het zand in het
rond. Sommige gangen bevinden zich op nog geen 20 centimeter van elkaar. De
ruim 5 centimeter wijde gang loopt schuin omhoog en is 60-120 centimeter
diep. De grondwerkers klaren het karwei in drie dagen. Aan het einde van de
gang komt een ruime ronde broedholte die met plantenmateriaal, veertjes en
haren wordt gestoffeerd. De koloniegrootte varieert van enkele tot vele
honderden paren. In het buitenland, vooral langs de Oostzeekust komen
kolonies voor van duizenden paren. De jongen worden met insecten gevoerd.
Als ze op het punt van uitvliegen staan, kijken ze praktisch de hele dag
vanuit de nestopening naar buiten. Als een van de oudervogels met een volle
krop komt aanvliegen, schreeuwen ze het uit: hoe meer lawaai, hoe eerder je
wat krijgt.
Op veel plaatsen zijn door natuurbeschermers voor de
oeverzwaluw met succes kunstwanden aangelegd. Vaak is daar een vogelkijkhut
bij gebouwd. Voor de natuurliefhebbers is het dan puur genieten. Koos
vertelde mij ook bewoners van de Schuytgraaf zich betrokken voelen bij het
wel en wee van de oeverzwaluwenkolonie. Een van hen, Ronald Schrijber, lid
van de wijkraad en ook van de Vogelwerkgroep Arnhem, gaat zich met enkele
anderen inzetten voor een permanente oeverzwaluwenwand in de wijk.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties












