De eicocons van bruin kleurend spinsel zijn twee tot drie cm groot en worden eind augustus aan droge plantenstengels op een paar decimeter boven de grond bevestigd. foto Gerrit Jansen
Vrouwtje wespspin. foto Hanny Poos
De ‘normale’ winter van het afgelopen jaar in ons land heeft de mediterrane wespspin, die al jaren met een spectaculaire opmars naar het noorden bezig is, niet kunnen stoppen.
Hanny Poos en Robert van Alphen vonden een heel vreemde spin in hun weiland in Kekerdom. 'Hij was best groot voor een spin; met poten zeker 3 cm breed.
Hij leek op een grote wesp. Had een soort web in een ruimte in het gras
gesponnen en ving ontzettend snel het beestje naast hem op de foto die hij
in een razend tempo inweefde.'
Die 'hij' is een 'zij' en wel een
vrouwelijke Argiope bruennichi. Ook Gemmy de Vries uit Wageningen zag op
haar vakantielocatie op de Veluwe voor het eerst de geelzwart getekende
spin. Sjaak de Koning ontdekte vorige week, tijdens zijn vakantie in de
Achterhoek, bij de Borkense Baan drie van die langbenige, exotisch ogende
schoonheden. Het meest opvallende vond hij de zigzagdraad in het web van
deze wielspin.
De Borkense Baan is de voormalige goederenspoorlijn
tussen Winterswijk en Borken. Tot 1975 is het spoor in gebruik geweest.
Zandhagedissen en ook hazelwormen warmen zich graag op in het achtergebleven
grindbed van de spoorlijn. Het gebied is met 25 soorten dagvlinders
buitengewoon vlinderrijk. De wespspin, de geelzwart gestreepte immigrant uit
Zuid-Europa, is hier al jaren algemeen. Deze soort houdt van warmte en daar
ontbreekt het op een zonnige dag op de oude spoorbaan bepaald niet aan. De
wespspin heeft een kenmerkend web met een zigzagdraad. Deze draad is
specifiek voor de soort. Vroeger dacht men dat deze versteviging, die uit
niet klevend weefsel bestaat, noodzakelijk is, omdat er voornamelijk
sprinkhanen worden gevangen en die zijn zo fors dat ze vaak door een normaal
web niet worden tegengehouden. Tegenwoordig denkt men eerder aan een
signaalfunctie. De zigzagbanden zouden, omdat ze het ultraviolette licht
reflecteren, insecten aantrekken. Ook wordt beweerd, dat de afwijkende draad
de spin in het web minder zichtbaar maakt. Predatoren, zoals vogels en
sluipwespen, trappen daar misschien in, maar voor ons mensen werkt deze
camouflage niet: voor een beetje waarnemer is een wespspin niet te missen!
De naamgeving van de nieuwkomer in ons spinnenrijk is wat verwarrend. Argiope
brunnichum wordt niet alleen wespspin, maar ook tijgerspin, zebraspin en
wespenspin genoemd. Alle namen slaan op het streeppatroon. De naam
tijgerspin is niet verkeerd; zebraspin lijkt mij niet juist, omdat er al een
springspin is, die zo heet. Deze springspin, die op elke zonnige muur te
vinden is, wordt ook harlekijntje genoemd. De naam wespspin vind ik de
beste; de lichaamstekening doet immers sterk aan een wesp denken.
Aan de opmars van de wespspin lijkt, ondanks de relatief strenge winter van
het afgelopen jaar, geen einde te komen. Deze oorspronkelijk mediterrane
soort werd in ons land in 1980 voor het eerst in Zuid-Limburg waargenomen.
In nr. II, jaargang 2000 van de Nederlandse Faunistische Mededelingen,
brengt J. van der Linden de opmars in beeld. In 1980 wordt de wespspin voor
het eerst in Zuid-Limburg gezien. In 1995 wordt er een sprong van maar
liefst 70 km vanaf een bestaande vindplaats gemaakt; de wespspin wordt op de
Planken Wambuis ten westen van Arnhem gevonden. In 1997 volgen de eerste
meldingen uit Groesbeek en Nijmegen. Vanaf die tijd groeit het aantal
vindplaatsen explosief.
De opmars vanuit het zuiden heeft
ongetwijfeld te maken met de klimaatverandering. De wespspin is een
indicator voor de wereldwijde milieubedreigende temperatuurstijging. Maar
deze winter hadden we in ons land toch hier en daar bijna twintig graden
vorst. Gezien de vele waarnemingen van lezers van deze natuurrubriek hebben
deze temperaturen Agriope niet klein gekregen. Grote vraag is: waarom is de
soort niet eerder noordwaarts getrokken? Heeft het misschien ook met voedsel
te maken? Vooral natuurgebieden en bermen van snelwegen en ook dijkhellingen
worden tegenwoordig minder intensief beheerd. De spin kunnen we in allerlei
milieus aantreffen als er maar een opgaande ruigtevegetatie aanwezig is.
Verschillende soorten sprinkhanen, het favoriete voedsel van de spin, voelen
zich daar thuis, maar in feite eet de wespspin, evenals haar familielid de
kruisspin, alles wat in haar web verstrikt raakt. Het web wordt laag in de
vegetatie aangelegd, meestal minder dan een halve meter boven de grond.
Vorige week heb ik voor het eerst – weliswaar in de Morvan in Frankrijk – een
mannetje van de wespspin gezien. Vergeleken bij het vrouwtje is zo'n
kereltje een dwerg. De man mist de karakteristieke geelzwarte banden op het
achterlijf. Mijn 'Fransman' zat aan de rand van het web te lonken naar een
vrouw die gezien haar formaat al aardig volwassen was. Dat lonken is
mensentaal en zal daarom wel niet kloppen. De mannen van de wespspin zijn
eerder volwassen dan de vrouwtjes en wachten soms dagen lang aan de rand van
het web van een dame op hun kans. Die kans komt als zij voor de laatste keer
vervelt. Als de nieuwe huid nog week en soepel is, grijpt mijnheer spin zijn
kans. Zo'n weke dame is minder agressief en als manlief wat signalen
afgeeft, is de kans groot dat zij in hem geen prooi ziet. Zo kan hij de
paring overleven, maar in feite heeft hij daar weinig aan. Zelfs een
geslaagde wespspinman leeft na de paring nog maar enkele dagen.
Na
de bevruchting worden de vrouwtjes dikker en dikker. Na een maand worden er
één of meer eicocons gemaakt van bruin kleurend spinsel. De cocons zijn twee
tot drie centimeter groot en worden aan droge plantenstengels op een paar
decimeter boven de grond bevestigd. Na een maand komen de spinnetjes uit,
maar ze blijven tot eind april in de cocon.
Als ze eenmaal buiten
zijn, wordt er een spindraad gemaakt om mee te gaan 'ballonvaren'. Op deze
wijze worden nieuwe gebieden bereikt. De meeste waarnemingen komen uit het
zuiden van ons land. De spin is op de Waddeneilanden nog dun gezaaid: Texel
werd in 2006 gekoloniseerd, Schiermonnikoog een jaar later. Toch werd de
wespspin al eerder in Denemarken gesignaleerd. Vreemd is dit niet: de wind
brengt een ballonvaarder immers op de meest afgelegen plaatsen. De
omstandigheden zullen bepalen of de landing een positief vervolg zal hebben.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties












