Tijdens een tocht door de Hoge Veluwe kan het gebeuren dat je plots wordt geconfronteerd met geblaat van schapen. Wanneer de nieuwsgierigheid is gewekt en nader onderzoek volgt, is de kans groot dat je oog in oog komt te staan met moeflons, de gehoornde nomaden van het Park.
Ruim tachtig jaar trekken deze roodbruine en kortharige wilde schapen nu
hun sporen door bos en heide nadat zij als jachtwild in opdracht van Anton
Kröller op zijn toenmalige jachtdomein waren uitgezet. In het begin was het
zeker wennen voor deze allochtoon, de Veluwse zandgrond was immers zo anders
als de rotsen van Corsica en Sardinië, hun oorspronkelijke leefgebied.
Vooral het voetenwerk had te lijden of beter gezegd niet, want vanwege
onvoldoende slijtage op de zachte bodem groeiden hun hoeven door en kregen
met een grote krul de vorm van Turkse pantoffels. Dit probleem is nu
merendeels verdwenen en ik mag wel zeggen dat de moeflons zich buitengewoon
goed hebben aangepast. Hun dagactieve leefwijze maakt dat zij door de
bezoeker regelmatig worden gezien en met hun voedselkeuze helpen zij ons de
open gebieden vrij te houden van dennen.
Hoewel ik het geluk heb
om in één van de mooiste natuurgebieden van Nederland te wonen en werken,
kijk ik ook graag over het raster heen en wanneer je de plekken weet te
vinden, is ons land fantastisch. Een van die parels in Nederland zijn voor
mij de Amsterdamse Waterleidingduinen. Afwisselende landschappen en een hoge
damhertenpopulatie maken het vooral in de herfst een interessant reisdoel.
Op een zonnige dag in oktober parkeerde ik mijn auto vlakbij de Oranjekom.
Daar waar in 1851 door de jonge kroonprins Willem van Oranje - hij was toen
11 jaar - de eerste schop voor het drinkwaterwingebied in de grond werd
gezet, begon ik mijn tocht. Duindoornvalleitjes, watergangen met
kristalhelder water en duinbossen in herfstkleuren met op de achtergrond
steeds het snurkende geluid van de bronstige dambokken. Toen ik na uren
struinen een duindoornbosje passeerde, hoorde ik plotseling een blatend
geluid. In afwachting van wat er komen zou, ging ik bij een veldje even
verderop. De verrassing was groot toen enige tijd later een kudde van
twintig moeflons op het toneel verscheen. Om de opmars van Amerikaanse
vogelkers te stuiten zijn zij al in 2005 uitgezet maar ik was ze bij mijn
vorige bezoeken nog niet tegen gekomen. Erg leuk om de moeflons nu eens in
een duinlandschap te zien. De dieren zagen er gezond en weldoorvoed uit. Een
oppervlakkige blik op de omgeving deed mijn vermoeden bevestigen dat ze
inderdaad wel raad wisten met die andere exoot. De moeflons waren het
cadeautje van de dag. Hopelijk gaan ze net als hun soortgenoten op de Veluwe
een mooie toekomst tegemoet.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















