Bijgeloof en fabels hebben vleermuizen lang in een kwaad daglicht gesteld.
Tegenwoordig weten we echter dat vleermuizen voor een evenwichtige natuur
juist heel belangrijk zijn. Natuurmonumenten houdt daar in haar
natuurgebieden rekening mee door ze 'vleermuisvriendelijk' in te richten.
De Molenheide bij het Oostbrabantse Mill biedt vleermuizen bijvoorbeeld al
een aantrekkelijk leefgebied. Hoe het hier gesteld is met deze nachtbrakers
zal volgend jaar blijken als de resultaten bekend worden van een groot
vleermuizenonderzoek, dat door de Zoogdiervereniging in opdracht van de
provincie Brabant wordt uitgevoerd.
Het onderzoek beperkt zich tot
De Maashorst, een nationaal landschap tussen Oss, Grave, Uden en Mill, waar
ook de Molenheide deel van uitmaakt.
"Eind augustus zijn de
paarplaatsen in kaart gebracht door roepende vleermuismannetjes te tellen"
, aldus Erik Korsten, een van de vleermuizenonderzoekers van de
Zoogdiervereniging. "In deze periode zijn de mannetjes op de
versiertoer door de hele nacht vanuit een boom te roepen. Ze gebruiken
verschillende geluiden. Met de werfroep 'ik zit hier' lokken ze de vrouwtjes
en met de contactroep 'kom hier' wordt het vrouwtje uitgenodigd om te paren.
Andere mannetjes die in de buurt komen, worden gewaarschuwd met 'ga weg'."
De waargenomen roepende mannetjes behoorden tot de soorten rosse vleermuis,
gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Maar vliegend en jagend zijn
ook de laatvlieger, watervleermuis en grootoorvleermuis gezien. In 2010
wordt het onderzoek vervolgd met intensievere zoekmethoden, die meer gericht
zijn op het vinden van kraamverblijven en andere verblijfplaatsen van
vleermuizen. Te voet en op de fiets worden de natuurgebieden doorkruist. Een
speciaal apparaatje, de batdetector, registreert heel nauwkeurig waar zich
welke vleermuissoorten bevinden. Ook rijdt er een auto door de bewoonde
gebieden met een hypermoderne batdetector op het dak, die alle vleermuizen
registreert die hier rondvliegen.
Een vleermuisbunker op de open
vlakte van de Molenheide biedt vleermuizen een perfecte overwinterplaats,
waar de temperatuur en luchtvochtigheid optimaal zijn. Daarnaast zorgt
Natuurmonumenten dat er in de bossen voldoende dikke bomen met holtes zijn,
die door vleermuizen als kraamkamer en dagverblijf gebruikt worden.
Lanen, zoals langs de Peter Ebbenweg, worden in stand gehouden, omdat dit
belangrijke jaagroutes zijn voor vleermuizen. Bosranden zijn ook geliefde
jaagplekken en door deze gevarieerd te maken worden insecten aangetrokken.
En daar profiteren de vleermuizen dan weer van.
Voor nadere
informatie kunt u contact opnemen met: Irma de Potter, telefoon (06)
54295288.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












