Twee weken geleden stond in de editie 'Rivierenland' van de Gelderlander een verhaal met als titel 'Steenuil houdt plan Triangel in de houdgreep'. En een week later, op de voorpagina van de krant: 'Woningbouw Ravenswaaij loopt weer vertraging op'. De dwarsligger is nu de rugstreeppad.
Is een steenuil belangrijk genoeg om in het meest vergrijsde dorp van de Neder-Betuwe, Ochten, nieuwbouw met vooral woningen voor jonge mensen, starters dus, tegen te gaan? We hebben niet voor niets een Rode Lijst met bedreigde soorten. Daar staat niet alleen de steenuil op, maar ook de rugstreeppad.
Beide soorten zijn dus met uitsterven bedreigd! Er broeden nog maar 6.000 paren steenuilen in ons land. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw waren dat er nog twee keer zoveel.
De oorzaak van de afname is duidelijk: De uiltjes houden van oude stallen en vervallen boerenschuren. Ook een rommelhoekje, een paardenweitje, een paar knotwilgen of een paar hoogstamfruitbomen, een takkenbos en een meidoornhaag waar muizen wonen, zorgen voor een ideaal leefgebied. En daar is in een geplande nieuwbouwwijk geen plaats meer voor. Ik zeg niet dat plan Triangel maar moet worden afgeblazen, maar het is te gek voor woorden dat een raadslid tijdens de raadsvergadering roept dat volkshuisvesting belangrijker is dan een uil en dat daarom het uiltje maar naar de dierentuin moet worden gebracht. Dergelijke bestuurders weten niet waar ze het over hebben en zorgen enkel voor polarisatie. Om te beginnen mag je een steenuil niet vangen, niet vervoeren en dus ook niet ergens anders loslaten en zeker niet naar een dierentuin brengen.
Natuurlijk moet er, nu de plannen al zo ver gevorderd zijn, gebouwd worden in Triangel, maar dan moet er compensatie komen voor de steenuil. Ik heb ter plaatse de situatie bekeken en ook telefonisch contact gehad met de regiocontactpersoon van Stone (Steenuilen Overleg Nederland). Het gebied is een steenuilenbolwerk. De Triangelsteenuil bevindt zich in het grensgebied en daar vallen als eerste de klappen. Steenuilen zijn heel erg honkvast en hebben een relatief klein broed- en jachtterritorium. Meestal niet meer dan vijf tot tien hectaren. Verbeter het leefmilieu voor de steenuil door het aangrenzende leefgebied voor de soort nog aantrekkelijker te maken. Misschien kruipen de uiltjes dan, als er meer nestgelegenheid en voedsel aanwezig is, wat dichter op elkaar. De bestuurders horen zich in te lezen en zich aan de wet te houden. En als ze het niet meer weten deskundigen in te schakelen. Niet alleen de jonge Ochtenaar, ook de steenuil moet toekomst hebben.
Reacties naar gjansen@globalxs.nl of www.gelderlander.nl
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












