Al weken lang wordt de zeehondencrèche in Pieterburen overspoeld met zieke
zeehonden. Het zijn jongen van de gewone zeehond die in juni of juli van dit
jaar geboren zijn. De dieren zijn besmet met longwormen.
Onderzoekers constateren de laatste tien jaar in de Waddenzee steeds meer
besmettingsgevallen. Het aantal patiënten is drie keer zoveel als het vorige
jaar.
Het ziektebeeld is vreselijk: als er niet wordt ingegrepen,
stikken de dieren letterlijk in de wormen. Dieren die onder de parasieten
zitten, waren al ziek of hadden minstens een slechte conditie voordat zij
besmet raakten. Zo'n kwakkelige gastheer kan zich niet verweren en het is
dan ook logisch dat de parasieten zich tomeloos vermenigvuldigen.
Besmette dieren worden door een parasietenexplosie nog zieker en vaak gaan
ze dan ook dood. Dat dreigt nu ook te gebeuren met de zieke zeehondjes in
Pieterburen. Logisch dat de zeehondenopvang de noodklok luidt. En luiden kan
Lenie 't Hart. Vol passie trekt ze al jaren aan de bel als er iets mis is
met ons nationale zeezoogdier. Maar voor hoeveel dieren is er plaats in dit
unieke ecosysteem?
Eigenlijk is de besmetting met longwormen een
kinderziekte. Een lichte besmetting op jeugdige leeftijd is normaal.
Zeehonden ouder dan een jaar hebben er geen last meer van. Jonge zeehonden
beginnen tijdens de zoogperiode met het eten van garnalen. Later schakelen
ze volledig over op vis. Lenie geeft zelf aan dat buiten de vervuiling van
DDT en PCB's de oorzaak van de buitensporige besmetting met longwormen
misschien wel gebrek aan jonge vis is. Ooit was de Waddenzee de kraamkamer
voor veel vissoorten. In de tijd dat we het nog met een paar honderd van die
grote vissers moesten doen, was er met de visstand in de Waddenzee nog
weinig mis. De populaties platvis en zandspiering, hoofdvoedsel van de
zeehond, zijn inmiddels echter gedecimeerd. En we hebben nu twintig keer
zoveel zeehonden. Elke zeehond moet dagelijks 5 kg vis naar binnen werken.
Nu de zeehond niet meer bedreigd is en er misschien sprake is van
voedseltekort moeten we ons afvragen of zieke dieren in plaats van een
knuffel niet een spuitje moeten krijgen. Dat klinkt hard, maar we moeten
realistisch naar de natuur kijken. Voor zaken als aaibaarheid en zielig
zijn, is geen plaats.
Natuurlijk knappen ze in Pieterburen de
patiënten weer aardig op. Ze redden zich wel als ze weer worden uitgezet.
Dat is mooi, maar door zo'n actie wordt de Waddenzee niet schoner en het
voedselaanbod voor de zeehond niet groter. Dan komt er geen natuurlijke rem
op de populatiegroei. Volgend jaar zal Lenie nog harder de noodklok luiden
en opnieuw vragen of we voor badkuipen en vooral geld voor de crèche willen
zorgen.
Reacties naar
gjansen@globalxs.nl of naar de site van de Gelderlander.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















