Gerrrit Jansen: Bijvoeren met vetbol, merel en kip

  dinsdag 22 december 2009 | 12:03 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 23 december 2009 | 12:52

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Staartmees. foto Burry van den Brink ;Een foto vanuit de huiskamer door dubbelglas met drie vaste gasten op de voertafel: grote bonte specht, koolmees en winterroodborst. foto Gerrit Jansen

Staartmees. foto Burry van den Brink ;Een foto vanuit de huiskamer door dubbelglas met drie vaste gasten op de voertafel: grote bonte specht, koolmees en winterroodborst. foto Gerrit Jansen

Staartmees. foto Burry van den Brink ;Een foto vanuit de huiskamer door dubbelglas met drie vaste gasten op de voertafel: grote bonte specht, koolmees en winterroodborst. foto Gerrit Jansen

Staartmees. foto Burry van den Brink ;Een foto vanuit de huiskamer door dubbelglas met drie vaste gasten op de voertafel: grote bonte specht, koolmees en winterroodborst. foto Gerrit Jansen

1/2
start playing the slideshow

Het is druk in onze vogelherberg. Slapen doen de vogels er niet, maar de tafel is constant bezet. En wat de kerstgedachte betreft: ook hier is er niet voor iedereen plaats in de herberg. We hebben veel vaste klanten.

En daar zijn echte baasjes bij. Dat dominante hangt niet alleen van de soort af, maar ook van het individu. Zo hebben we op het ogenblik een spreeuw, die iedereen van tafel veegt: alle vier de merels, alle ringmussen, vinken, koolmezen, groenlingen en de grote bonte specht hebben een groot respect voor de gespikkelde. De roodborst is een diplomaat: hij staat zijn mannetje, ruziet zelden, maar ontbreekt geen uur op de plank. We hebben er twee, die verdragen elkaar niet en gaan dan ook nooit samen aan tafel. Minstens een van de twee is aardig lenig. Regelmatig vliegt hij of zij – dat kun je bij roodborsten niet zien – tegen een vrij hangende vetbol aan en niet zonder succes. Nu de temperatuur ver onder het vriespunt gezakt is en de onderlinge concurrentie oploopt, verjaagt hij niet alleen het jaarling mannetje – deze heeft nog niet zo'n fel oranje snavel – maar ook de dames die hij een paar maanden geleden nog het hof maakte. Wat een beetje kou al niet teweeg kan brengen. In een normale winter kan ik eigenlijk maar één reden bedenken om een voertafel voor onze wintervogels in te richten: het is zo leuk voor de mensen. Of we de vogels er altijd een plezier mee doen, waag ik te betwijfelen. Ook vogels zijn liever lui dan moe. Als we ze voedsel aanbieden, kiezen ze – ook als er nog voldoende en waarschijnlijk zelfs beter voer in de natuur voorhanden is – voor de voertafel. Het kaf wordt daardoor niet van het koren gescheiden. Alleen de sterken horen over te blijven; daar vaart de populatie wel bij. Maar bijvoeren is zo leuk! We doen het dus toch; laten we het daarom maar goed doen.

Maak het de vogels niet te gemakkelijk. Het mag niet een kwestie van aanschuiven en eten zijn. Ze moeten er wat voor doen! Als het enkel een kwestie van happen en slikken is, hebben we weinig tijd om van het vogelgedrag te genieten. Onze tafel staat op nog geen drie meter van het huiskamerraam, het kijkplezier is daardoor optimaal. Wij voeren gevarieerd: oud brood, restjes boerenkoolstamppot, appels en vogelzaad met daarin vooral zonnebloempitten. Die variatie is nodig, want op de voertafel is de concurrentie groot. Groenlingen, mezen, ringmussen, huismussen, merels en spreeuwen ruziën er wat af en daardoor verliezen ze de sperwer vaak uit het oog. Vooral tegen de avond schuift de roofvogel graag even aan tafel aan! Dat zagen we afgelopen zondag weer. Plotseling klinkt luid de alarmroep van een merel, de roodborst schiet onder de hulstboom, een aantal mussen duikt in de taxus en het heggenmusje maakt zich onder de voertafel nog kleiner dan het al is. De sperwer vliegt met een merel in de klauwen naar de meidoornhaag om daar aan het avondmaal te beginnen. Wij realiseren ons dat we indirect aan de dood van de merel hebben bijgedragen. Zo'n sperwer is natuurlijk ook niet gek, wij hebben hem wel de weg naar de voertafel gewezen. Deze vorm van indirect voeren pas ik in deze barre sneeuwtijden bewust toe voor de kerkuil en de steenuil op ons terrein. In winters met veel sneeuw zijn steenuilen erg kwetsbaar. Niet alleen de regenwormen zijn voor hen dan onbereikbaar, ook de veldmuizen houden zich onder het sneeuwdek schuil. Door plaatsen sneeuwvrij te maken en op deze open plekken graan te strooien, komen de muizen onder de sneeuw vandaan. De steenuil, maar ook de kerkuil maken daar dankbaar gebruik van. We hebben op het ogenblik twee buizerds op ons terrein, een lichte, onze vaste buizerd en een donkere. De buizerd jaagt bij voorkeur vanaf een weidepaal op woelmuizen en regenwormen die vanwege het wroetwerk van de mol naar de oppervlakte komen. Ook aas versmaadt hij niet. Ik heb hem dan ook vol spanning dicht bij huis een dode kip aangeboden. Om te voorkomen dat de roofvogel met de aangeboden buit wegvliegt, heb ik de kip op een veilingkist vastgebonden. Ik heb de krielkip met een mes even open gemaakt, zodat de buizerd beter bij het vlees kan komen. De lichte buizerd heeft het aas inmiddels ontdekt. Ik zag hem afgelopen zondag op de kist zitten en stukjes vlees van het kadaver trekken. De vogel is nog schuw en laat zich niet makkelijk fotograferen. Als het blijft winteren lukt dat wel. Als de vogel de smaak eenmaal te pakken heeft, kan ik de kist met daarop het aas zo plaatsen dat we vanuit de luie stoel van de etende buizerd kunnen genieten. Spannend toch? Dat is nog eens wat anders dan een vetbol of een vogelcake.

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Cool
Moniek - 02-12-2010 | 16:43

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels