Staartmees. foto Burry van den Brink ;Een foto vanuit de huiskamer door dubbelglas met drie vaste gasten op de voertafel: grote bonte specht, koolmees en winterroodborst. foto Gerrit Jansen
Staartmees. foto Burry van den Brink ;Een foto vanuit de huiskamer door dubbelglas met drie vaste gasten op de voertafel: grote bonte specht, koolmees en winterroodborst. foto Gerrit Jansen
Het is druk in onze vogelherberg. Slapen doen de vogels er niet, maar de tafel is constant bezet. En wat de kerstgedachte betreft: ook hier is er niet voor iedereen plaats in de herberg. We hebben veel vaste klanten.
En daar zijn echte baasjes bij. Dat dominante hangt niet alleen van de soort
af, maar ook van het individu. Zo hebben we op het ogenblik een spreeuw, die
iedereen van tafel veegt: alle vier de merels, alle ringmussen, vinken,
koolmezen, groenlingen en de grote bonte specht hebben een groot respect
voor de gespikkelde. De roodborst is een diplomaat: hij staat zijn mannetje,
ruziet zelden, maar ontbreekt geen uur op de plank. We hebben er twee, die
verdragen elkaar niet en gaan dan ook nooit samen aan tafel. Minstens een
van de twee is aardig lenig. Regelmatig vliegt hij of zij – dat kun je bij
roodborsten niet zien – tegen een vrij hangende vetbol aan en niet zonder
succes. Nu de temperatuur ver onder het vriespunt gezakt is en de onderlinge
concurrentie oploopt, verjaagt hij niet alleen het jaarling mannetje – deze
heeft nog niet zo'n fel oranje snavel – maar ook de dames die hij een paar
maanden geleden nog het hof maakte. Wat een beetje kou al niet teweeg kan
brengen. In een normale winter kan ik eigenlijk maar één reden bedenken om
een voertafel voor onze wintervogels in te richten: het is zo leuk voor de
mensen. Of we de vogels er altijd een plezier mee doen, waag ik te
betwijfelen. Ook vogels zijn liever lui dan moe. Als we ze voedsel
aanbieden, kiezen ze – ook als er nog voldoende en waarschijnlijk zelfs
beter voer in de natuur voorhanden is – voor de voertafel. Het kaf wordt
daardoor niet van het koren gescheiden. Alleen de sterken horen over te
blijven; daar vaart de populatie wel bij. Maar bijvoeren is zo leuk! We doen
het dus toch; laten we het daarom maar goed doen.
Maak het de
vogels niet te gemakkelijk. Het mag niet een kwestie van aanschuiven en eten
zijn. Ze moeten er wat voor doen! Als het enkel een kwestie van happen en
slikken is, hebben we weinig tijd om van het vogelgedrag te genieten. Onze
tafel staat op nog geen drie meter van het huiskamerraam, het kijkplezier is
daardoor optimaal. Wij voeren gevarieerd: oud brood, restjes
boerenkoolstamppot, appels en vogelzaad met daarin vooral zonnebloempitten.
Die variatie is nodig, want op de voertafel is de concurrentie groot.
Groenlingen, mezen, ringmussen, huismussen, merels en spreeuwen ruziën er
wat af en daardoor verliezen ze de sperwer vaak uit het oog. Vooral tegen de
avond schuift de roofvogel graag even aan tafel aan! Dat zagen we afgelopen
zondag weer. Plotseling klinkt luid de alarmroep van een merel, de roodborst
schiet onder de hulstboom, een aantal mussen duikt in de taxus en het
heggenmusje maakt zich onder de voertafel nog kleiner dan het al is. De
sperwer vliegt met een merel in de klauwen naar de meidoornhaag om daar aan
het avondmaal te beginnen. Wij realiseren ons dat we indirect aan de dood
van de merel hebben bijgedragen. Zo'n sperwer is natuurlijk ook niet gek,
wij hebben hem wel de weg naar de voertafel gewezen. Deze vorm van indirect
voeren pas ik in deze barre sneeuwtijden bewust toe voor de kerkuil en de
steenuil op ons terrein. In winters met veel sneeuw zijn steenuilen erg
kwetsbaar. Niet alleen de regenwormen zijn voor hen dan onbereikbaar, ook de
veldmuizen houden zich onder het sneeuwdek schuil. Door plaatsen sneeuwvrij
te maken en op deze open plekken graan te strooien, komen de muizen onder de
sneeuw vandaan. De steenuil, maar ook de kerkuil maken daar dankbaar gebruik
van. We hebben op het ogenblik twee buizerds op ons terrein, een lichte,
onze vaste buizerd en een donkere. De buizerd jaagt bij voorkeur vanaf een
weidepaal op woelmuizen en regenwormen die vanwege het wroetwerk van de mol
naar de oppervlakte komen. Ook aas versmaadt hij niet. Ik heb hem dan ook
vol spanning dicht bij huis een dode kip aangeboden. Om te voorkomen dat de
roofvogel met de aangeboden buit wegvliegt, heb ik de kip op een veilingkist
vastgebonden. Ik heb de krielkip met een mes even open gemaakt, zodat de
buizerd beter bij het vlees kan komen. De lichte buizerd heeft het aas
inmiddels ontdekt. Ik zag hem afgelopen zondag op de kist zitten en stukjes
vlees van het kadaver trekken. De vogel is nog schuw en laat zich niet
makkelijk fotograferen. Als het blijft winteren lukt dat wel. Als de vogel
de smaak eenmaal te pakken heeft, kan ik de kist met daarop het aas zo
plaatsen dat we vanuit de luie stoel van de etende buizerd kunnen genieten.
Spannend toch? Dat is nog eens wat anders dan een vetbol of een vogelcake.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties












