Als water dichtvriest, krijgen we in het overgebleven openwater met grotere concentraties van zwemvogels te maken. Met name in het Rivierengebied hebben we dan een grote kans om vreemde eenden in de bijt te zien. Meestal zijn dat wintergasten zoals zaagbekken, nonnetjes en brilduikers.
Zaagbekken hebben een slank lichaam. De kleinste soort, het nonnetje, jaagt
vaak in groepjes op vis. Om de gevangen vis goed vast te kunnen houden,
hebben ze net als de andere zaagbeksoorten een snavelrand met tandjes.
Het kost echte en vreemde eenden weinig moeite om te zwemmen. Door hun bouw
-ze zijn in het algemeen erg breed- zijn ze door wind of golfslag moeilijk
uit hun evenwicht te brengen. Tussen de veren wordt veel lucht vastgehouden,
waardoor de vogels hoog op het water liggen. De soortelijke massa van een
eend met veren bedraagt 0,6 g/cm³. Een geplukte eend heeft een soortelijke
massa van 0,9 g/cm³ en is dus aanmerkelijk zwaarder. Eenden worden niet
graag nat, daarom poetsen ze meer dan andere vogels hun veren. Tijdens het
toiletteren wordt vet van de stuitklier over de veren gestreken. De twee
grootste geslachten onder de eenden zijn de zwemeenden en de duikeenden.
Alle eenden kunnen zwemmen en duiken, maar de zwemeenden doen dit laatste
niet graag. Dieper dan een meter duiken ze nooit. Ze halen het veelal
plantaardige voedsel door te grondelen naar de oppervlakte. Door
roeibewegingen met de poten te maken, komen ze op hun kop te staan, alleen
de staart en het achterlijf steken dan boven het water uit. Niet alleen de
zwemeenden zoals wilde eend, pijlstaart, slobeend, krakeend, zomertaling,
wintertaling en smient grondelen; bergeenden en zwanen zoeken op dezelfde
manier hun kostje bij elkaar.
Eenden die niet grondelen, noemen we
duikeenden. De duikeenden zoeken meestal in diep water de bodem af naar
dierlijk voedsel. Duikeenden en ook zaagbekken en zee-eenden hebben een
soortelijke massa die groter is dan die van grondeleenden; daarom liggen ze
dieper in het water. Ze zijn minder breed van bouw, de poten zijn verder
naar achteren geplaatst en de vleugels zijn kort en spits. Al deze
aanpassingen komen het duiken ten goede. Omdat de vogels relatief zwaar
zijn, vliegen ze watertrappelend op. Duikeenden scholen bij ijsgang graag
samen. Bij vorst verlaten ze de randmeren en zoeken ze onze rivieren op.
Reden genoeg om de komende dagen naar vreemde eenden in de bijt te gaan
kijken.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












