Gerrit Jansen: Meer vreemde eenden in de bijt

Auteur: door Gerrit Jansen |   dinsdag 12 januari 2010 | 06:48 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 13 januari 2010 | 15:07

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Zaagbek is vreemde eend. foto Otto Faulhaber

Zaagbek is vreemde eend. foto Otto Faulhaber

Als water dichtvriest, krijgen we in het overgebleven openwater met grotere concentraties van zwemvogels te maken. Met name in het Rivierengebied hebben we dan een grote kans om vreemde eenden in de bijt te zien. Meestal zijn dat wintergasten zoals zaagbekken, nonnetjes en brilduikers.

Zaagbekken hebben een slank lichaam. De kleinste soort, het nonnetje, jaagt vaak in groepjes op vis. Om de gevangen vis goed vast te kunnen houden, hebben ze net als de andere zaagbeksoorten een snavelrand met tandjes.

Het kost echte en vreemde eenden weinig moeite om te zwemmen. Door hun bouw -ze zijn in het algemeen erg breed- zijn ze door wind of golfslag moeilijk uit hun evenwicht te brengen. Tussen de veren wordt veel lucht vastgehouden, waardoor de vogels hoog op het water liggen. De soortelijke massa van een eend met veren bedraagt 0,6 g/cm³. Een geplukte eend heeft een soortelijke massa van 0,9 g/cm³ en is dus aanmerkelijk zwaarder. Eenden worden niet graag nat, daarom poetsen ze meer dan andere vogels hun veren. Tijdens het toiletteren wordt vet van de stuitklier over de veren gestreken. De twee grootste geslachten onder de eenden zijn de zwemeenden en de duikeenden. Alle eenden kunnen zwemmen en duiken, maar de zwemeenden doen dit laatste niet graag. Dieper dan een meter duiken ze nooit. Ze halen het veelal plantaardige voedsel door te grondelen naar de oppervlakte. Door roeibewegingen met de poten te maken, komen ze op hun kop te staan, alleen de staart en het achterlijf steken dan boven het water uit. Niet alleen de zwemeenden zoals wilde eend, pijlstaart, slobeend, krakeend, zomertaling, wintertaling en smient grondelen; bergeenden en zwanen zoeken op dezelfde manier hun kostje bij elkaar.

Eenden die niet grondelen, noemen we duikeenden. De duikeenden zoeken meestal in diep water de bodem af naar dierlijk voedsel. Duikeenden en ook zaagbekken en zee-eenden hebben een soortelijke massa die groter is dan die van grondeleenden; daarom liggen ze dieper in het water. Ze zijn minder breed van bouw, de poten zijn verder naar achteren geplaatst en de vleugels zijn kort en spits. Al deze aanpassingen komen het duiken ten goede. Omdat de vogels relatief zwaar zijn, vliegen ze watertrappelend op. Duikeenden scholen bij ijsgang graag samen. Bij vorst verlaten ze de randmeren en zoeken ze onze rivieren op. Reden genoeg om de komende dagen naar vreemde eenden in de bijt te gaan kijken.

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
hallo Gerrit,
Vandaag ,3 maart, langs de A73 bij Haps kraanvogels gezien... Twee flinke groepen vlogen naar 't oosten richting Maas,, prachtig om te zien..
H.groet Ineke Corstiaans.
Ineke Corstiaans - 03-03-2012 | 15:36
Gerrit,

Over bijvoeren van vogels gesproken.
Wat zou jij doen, als er zo'n 20 meeuwen op je voerplaats afkomen ?
Deze pikken alles mee.Wel een mooi gezicht, alleen blijft er niet veel over voor de rest.

Groetjes Riek de Haas.
Riek de Haas - 13-01-2010 | 15:07

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels