HUISSEN - Theo Straatman beheert vier bijenkorven in de tuin van het klooster in Huissen. Ongeveer vijfentwintig jaar is hij imker. „Elk jaar kom je wel iets grappigs tegen. Het voelt soms als een voorrecht om dit te doen.”
Van Theo Straatman uit Huissen wordt drie of vier keer per jaar de hulp ingeroepen om een uitgevlogen bijenvolk weg te halen. Laatst nog voor bijen op de Waalbrug in Nijmegen. „Ze zijn heel rustig hoor. Dat op zich is niets bijzonders”, stelt de imker. Straatman legt uit waarom een volk af en toe, zoals dat op de brug, ‘zwermt’: „Op een gegeven moment wordt het aantal bijen in een korf te groot en verliest de koningin controle, omdat de geur die zij verspreidt niet voldoende meer is. Dan worden nieuwe koninginnen gebroed en als de oude ziet dat alles netjes achter kan worden gelaten, vertrekt ze met de werksters.” Dit gebeurt volgens Straatman gemiddeld één keer per jaar. Een oplettende imker kan dit voorkomen. „Simpelweg door de koningin op het goede moment naar een andere korf te verplaatsen. Zo zet je het ‘zwermen’ als het ware in scène.”
„Verbazingwekkend hoe ze zich dit jaar ontwikkelen, het gaat heel snel”, gaat hij verder. „Heeft te maken met het warme weer waarop de bijen reageren.” Ondertussen opent hij de korf van de ‘Waalbrugbijen’. De imker is allerminst bang voor de insecten. Zonder kap of handschoenen laat hij de binnenkant van een korf zien, terwijl hij uitlegt: „Ik kan horen wanneer er één lastig wordt, dan hebben ze een hogere zoemtoon. Agressief zijn ze totaal niet. Als er een steekt moet je wel wegwezen; op de geur die dan loskomt komen ze massaal af.”
De 42-jarige Straatman is in het dagelijks leven werkzaam in de ICT-branche. Door een advertentie in een weekblad kwam hij vijfentwintig jaar geleden op het idee een bijenkorf te houden in zijn achtertuin. Sindsdien is hij verslingerd geraakt. „Bijzonder vind ik het, bijna magisch. Het is leuk om de biologie van het dier te ontdekken, want het zijn interessante wezens. Bijen bestaan al tientallen miljoenen jaren, de Egyptenaren waren waarschijnlijk de eersten die ze hielden. Kennelijk hebben bijen een hele goede vorm vorm gevonden om te overleven.”
In de Betuwe zitten, dankzij de fruitteelt, van oudsher veel imkers. Het vak van imker is volgens Straatman echter op zijn retour: „Het aantal bijenvolken daalt doordat het aantal imkers terugloopt. Mensen zien de noodzaak niet meer. Ook wordt het moeilijker om een goede plek te vinden voor de korven. Bijen zijn nodig, ze leveren een belangrijke bijdrage door bijvoorbeeld de kruisbestuiving.”
Daarnaast is er nog iets anders aan de hand in de wereld van de honingbij. Verschillende virussen en de beruchte varraomijt (een mijt die zich in de korf nestelt) zorgen voor een schrikbarende teruggang van het aantal bijenvolken. „In Amerika is de situatie schrijnend, hier is het wat minder erg. Ik durf te beweren dat in ieder bijenvolk tegenwoordig de varraomijt voorkomt. Als maar een paar bijen ziek zijn spreken we echter gewoon van een gezond volk.”
Straatman denkt dat de bij deze problemen uiteindelijk wel te boven komt: „Het aanpassingsvermogen is geweldig. Sommige volken zijn heel hygiënisch. Eentje dat goed ‘poetst’ heeft weinig last van de mijt. Op de schoonste volken kun je dan verder bouwen.”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















