Wespen slopen mondjesmaat rietmatten en tuinstoelen. De houtpulp wordt fijngekauwd en levert, vermengd met speeksel, het bouwmateriaal voor het nest.
Drie lezers vertelden dat ze eind april en begin mei een koningin buiten de deur hebben gezet. Dat klinkt niet aardig, maar het is toch goed nieuws, want hoeveel van die kroonprinsessen zijn er niet dood gemept of onder een schoen geplet? Veel mensen hebben een hekel aan wespen; een aantal is er zelfs bang voor. Als men overgevoelig is voor het wespengif, dan heb ik er alle begrip voor dat een nest in de directe omgeving wordt uitgeroeid. Maar laten we geen heksenjacht op deze nuttige dieren ontketenen.
Als wespen al lastig zijn, dan is dit meestal in het najaar. De oude koningin is dan afgeleefd en zwaait niet meer de scepter over haar volk. Haar onderdanen lappen de regels aan hun laars en gaan zwerven. Werksters en darren raken aan de drank en worden ‘limonadewespen’. Als ze zich op gistend fruit storten, kunnen ze zich, gezien de aanwezige alcohol, een waar delirium drinken. Ze schuifelen dan van kroeg naar kroeg. Door het losbandige leven van de onderdanen raakt de wespenstaat in verval. De laatste larven in de kinderkamers worden niet meer gevoed en sterven.
Werksters en darren hebben in tegenstelling tot de toekomstige koninginnen geen antivries in hun weefsels, daarom leggen ze als de eerste nachtvorsten zich aandienen allemaal het loodje. Ook de oude koninginnen sterven. De kroonprinsessen overwinteren in een holle boom of onder een dakspant. Ze hebben zich met hun kaken vastgebeten en verkeren dan in een soort coma. De dames zijn bepaald geen maagd meer. In september hebben ze aan een vluchtige vrijage, met een van de in die tijd geboren darren, miljoenen spermacellen overgehouden. Dat sperma wordt de hele winter bewaard. Binnen het chitinepantser schuilt bijna een half jaar lang een instant-kolonie. Zodra de temperatuur het in het voorjaar toelaat, komt de dame weer tot leven en gaat ze uitgehongerd op zoek naar zoete nectar. Wanneer een dergelijk koningin weer op krachten is gekomen, zoekt ze een geschikte plaats voor haar nest. De vrouwelijke bouwvakker schuift dan maar wat graag aan tafel aan, aan de tuintafel wel te verstaan. Je hoort haar aan het meubilair knagen en ze laat ook duidelijke vraatsporen op het grijze hout achter. Als het hout te droog is, maakt de wesp het eerst nat. Dit is op de kleine foto zichtbaar.
Er zijn wespensoorten die boven de grond en soorten die in de bodem nestelen. Uit de fijngekauwde houtvezels die met speeksel worden vermengd, bereidt de vrouwelijke bouwvakker een papierachtige massa, waaruit het nest wordt opgetrokken. Nu pas worden de eicellen bevrucht en in de zeshoekige cellen gelegd. De eerste eileg levert maar zeven tot tien nakomelingen op, die door de koningin gevoed worden. Na drie weken spinnen de larven een cocon en sluiten daarbij de opening van de cel met een spinseldekseltje af. Na nog eens drie weken komen de volgroeide wespen uit de pop. Ze knagen zelf het dekseltje open en kruipen uit de cel. Het zijn allemaal steriele vrouwtjes, de zogenaamde werksters. Deze werksters zijn aanmerkelijk kleiner dan hun moeder, de koningin. Ze hebben als taak: voedsel halen, larven verzorgen, de koningin voeden en het nest verdedigen. En niet te vergeten, bouwen, bouwen en nog eens bouwen. Het nest kan zo in de loop van de zomer enorme afmetingen bereiken.
Wespen leggen, in tegenstelling tot bijen, geen voedselvoorraden aan. Bij slecht weer, en dat komt in de lente nogal eens voor, kunnen ze dus niet uitvliegen om te foerageren. Er kan
dan snel gebrek aan voedsel ontstaan. Het voortbestaan van de staat zou dan in het geding kunnen komen, maar daar hebben de wespen wat op gevonden. Wanneer de larven geprikkeld worden, bijvoorbeeld door aanraking, scheiden ze via de bek druppeltjes van een doorzichtige vloeistof uit, die ogenblikkelijk door de werksters wordt opgelikt. Deze secretie heeft een hoog suikergehalte en daardoor een hoge voedingswaarde voor de volwassen wespen. In feite vormen de wespenlarven dus een levende voedselvoorraad, waaruit de volwassen dieren in de staat in tijd van nood kunnen putten.
In tegenstelling tot de bijen worden de larven van wespen hoofdzakelijk grootgebracht met dierlijk voedsel. Vaak betreft dat schadelijke insecten waardoor het nut van wespen nog eens onderstreept wordt. De angel wordt meerdere malen per dag gebruikt om de prooi, meestal vlie-gen, te verdo-ven. Heeft een werkster een vlieg te pakken, dan wordt deze bliksem-snel gestoken. Door het gif raakt de prooi ver-suft. Vakkundig wordt de vlieg van kop, poten en vleugels ont-daan. De hap-klare brok wordt dan naar het nest gebracht en aan de grotere larven gevoerd. De kleine wespenlarfjes krijgen eerst babyvoe-ding. De werksters -kauwen voor het allerjongste broed de insecten tot een papje. Wespen vangen niet alleen levende prooidieren, maar eten ook van kadavers. Het vermalen vlees, de tartaar, wordt in de krop opgeslagen en aan de kleinere larven gevoerd. Als er in tijd van nood uit het levende pakhuis veel gebruikt wordt, duurt het larvale stadium wat langer en zijn de volwassen dieren na de metamorfose aanmerkelijk kleiner dan de familieleden die enkel goede tijden hebben meegemaakt.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















