Volgens de gegevens op het beeldscherm zaten er twee patiënten in de wachtkamer. Maar naar het geroezemoes van de begeleiders te oordelen, leken het er veel meer te zijn. Ik deed de deur naar de spreekkamer open en vroeg degene die als eerste aan de beurt was, een mevrouw met een pup, om binnen te komen.
"Ik denk dat wij maar gelijk meekomen, dat scheelt u weer een keertje
de deur openmaken." Voor ik goed en wel in de gaten had wat er nou
eigenlijk gebeurde, stond er nog een tweede hond in de spreekkamer,
vergezeld van een vader, een moeder en een ondernemende, aandacht vragende
koter.
Laatstgenoemde liep linea recta naar de hoek waar zich de
verzameling tracheatubes bevindt, pijpjes die ingebracht worden bij een
gasnarcose en eventuele beademing. "Wat zijn dat voor onzichtbare
dingen?"
Het zou in de loop van deze sessie niet bij deze ene
vraag blijven. Vader trachtte ondertussen met wisselend succes zijn hond tot
stilte te manen. De mevrouw had intussen haar pup op tafel gezet en moeder,
die dus eigenlijk bij de tweede hond hoorde, richtte zich tot mij: "Hij
komt voor zijn tweede enting", wijzend op de pup. "Maar, o ja,
laat ik mij er maar niet mee bemoeien."
Niets zo bedrieglijk
als iemand die zegt zich nergens mee te bemoeien, die bemoeit zich namelijk
overal mee.
"Heb je al gevraagd naar zijn ontworming?"
vroeg moeder-die-zich-nergens-mee-bemoeit aan de mevrouw van de pup. Deze
had boe noch bah gezegd, dus haar antwoord zal u niet verbazen: "Nee,
nog niet."
"Dokter, krijgt hij zo een spuitje?",
vroeg de koter, ondertussen zachtjes aan mijn vestje trekkend. En na een
bevestigend antwoord van mijn kant: "Waarmee?"
Eigenlijk
zou je willen zeggen: "Met een nijptang", maar ja, dan heb je
daarna ook weer zoveel uit te leggen, dus daar zag ik maar van af.
Terwijl ik met de pup aan de gang ging, vond vader dit een geschikt moment
om mij alvast op de hoogte te brengen van het wel en wee van zijn angstig
piepende hond. Moeder vond zijn informatieverstrekking maar matigjes en
corrigeerde vader te pas en te onpas. Toch fijn als iemand zich nergens mee
bemoeit.
De koter had inmiddels ontdekt dat de otoscoop, dat
apparaat waarmee we in de oren kijken, een lampje had dat je aan en uit kon
doen. Een gemiste kans voor moeder, want zij bemoeide zich er niet mee.
Het zijn van die zeldzame momenten waarop je het liefst de spreekkamer uit zou
willen lopen. Je hoort en ziet te veel. Vanaf het begin ben je de regie
kwijt en zou je van vooraf aan opnieuw moeten beginnen: vader, moeder, kind
en hond terug naar de wachtkamer. Maar ja, geheid dat moeder dan zou zeggen:
"Ik wil me nergens mee bemoeien, dokter, maar is dat nou wel nodig?"
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















