Hans Maas uit Heteren ontdekte in de bagger van een geschoonde sloot voor zijn huis een rivierkreeft.
Toos en Gerard van 't Erve zagen een kreeft lopen op het pad bij de
Dobbeplas bij Pijnacker. Beide waarnemers vragen zich af of dit de Europese
rivierkreeft kan zijn. De meegezonden foto's maken duidelijk dat het in
beide gevallen om een Amerikaanse rivierkreeft gaat. Hans zag de gevlekte,
Orconectes limosus. Deze soort werd vanuit Noord-Amerika in Duitsland en
Frankrijk voor de consumptie geïntroduceerd. In 1968 werd het eerste
exemplaar aangetroffen in Zuid-Limburg. Toos en Gerard zagen de rode
rivierkreeft Procambarus clarkii; een meer recente exoot - herkenbaar aan de
felrode puntjes op de scharen - die ook snel bij ons inburgert.
- Grootte: 7-9 centimeter. Scharen korter dan van de Europese rivierkreeft.
- Kleur: grijsbruin; toppen van looppoten en scharen rood.
- Voedsel: plantendelen, slakken en insectenlarven.
- Voortplanting: paart in september. Het sperma wordt door de vrouwtjes tot in april 'bewaard'; dan vindt de bevruchting plaats en worden de eieren afgezet. De twee à vierhonderd eieren worden vijf tot acht weken door het vrouwtje aan de onderzijde van het achterlijf meegedragen.
- Voorkomen: voorkeur voor rijke vegetatie en modderige bodem. Graaft geen holen en is overdag actief.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















