Frits van Bolderen heeft een heel klein vijvertje dat dreigt dicht te groeien met waterplanten. Tijdens het rooien van het blad van watergentiaan en kikkerbeet ontdekte hij twee uiterst slanke vijverlopers. Net zoals schaatsenrijders lopen deze slanke oppervlaktewantsen over het wateroppervlak.
Schaatsenrijders schaatsen en maken tempo, de vijverlopers kuieren traag
over de waterspiegel. Vijverlopers lopen met zes poten over het water.
Schaatsenrijders slechts met vier.
De schaatsenrijder rent met de
voorpoten voor zich uit gestrekt, klaar om de prooi te grijpen. De
vijverloper spietst de prooi meteen aan de zuigsnuit.
- Grootte: 9-12 mm; superslank, kop even lang als borststuk; meestal ongevleugeld.
- Voedsel: dierlijk: watervlooien en muggenlarven worden waargenomen omdat ze trillingen aan het oppervlak veroorzaken. Ook dode insecten worden gegeten.
- Voortplanting: eieren worden apart op de stengels van waterplanten afgezet; larven houden het achterlijf omhoog; volwassen dieren verschijnen in juni.
- Voorkomen: op stilstaand water; veel gevoeliger voor lage oppervlaktespanning dan de meer algemene gewone schaatsenrijder. Wanneer de oppervlaktespanning te laag wordt, zakken de dieren door het waterfilmpje en verdrinken.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















