Visarend Theo Hogenboom zag vrijdag 4 september om kwart over negen in de ochtend een visarend met een grote vis in de klauwen vliegen boven een plas in het uiterwaardenpark Meinerswijk bij Arnhem. Drie dagen later meldde Jos Roelofs een visarend boven de Klompenwaard bij Doornenburg.
Hij vertelde door de telefoon dat hij enorm genoten had van de slanke arend met de 'geknikte' vleugels. Even stond de vogel te bidden boven de nevengeul van de Waal, maar er werd niet gedoken. Grootte: 51 tot 58 centimeter; opvallend slanke arend.
Vliegbeeld: lange, smalle, 'geknikte' vleugels met zwarte polsvlekken.
Verenkleed: contrast door zwartachtige bovenzijde en sneeuwwitte onderzijde met donkere borstband; gebandeerde staart; jonge vogels donkerder.
Geluid: korte, piepende, fluitende roep.
Jachtgedrag: bidt boven water; stootduik op vis met klauwen vooruit; kan prooi met een gewicht tot 2 kilo – dat weegt de vogel zelf maximaal – uit het water halen en vliegt er dan mee weg.
Voorkomen: een aantal jaren geleden was voor het eerst sprake van broedgedrag in de Oostvaardersplassen. De visarend werd daar eerder als broedvogel voorspeld dan de zeearend. In deze tijd van het jaar en ook in het voorjaar zijn er veel doortrekkers uit Feno-Scandinavië. In het zuidelijk deel broeden 3.500 paren. Bij ons nog steeds geen broedvogels!
Visarend
Theo Hogenboom zag vrijdag 4 september om kwart over negen in de ochtend een visarend met een grote vis in de klauwen vliegen boven een plas in het uiterwaardenpark Meinerswijk bij Arnhem.
Drie dagen later meldde Jos Roelofs een visarend boven de Klompenwaard bij Doornenburg. Hij vertelde door de telefoon dat hij enorm genoten had van de slanke arend met de 'geknikte' vleugels. Even stond de vogel te bidden boven de nevengeul van de Waal, maar er werd niet gedoken.
Grootte: 51 tot 58 centimeter; opvallend slanke arend.
Vliegbeeld: lange, smalle, 'geknikte' vleugels met zwarte polsvlekken.
Verenkleed: contrast door zwartachtige bovenzijde en sneeuwwitte onderzijde met donkere borstband; gebandeerde staart; jonge vogels donkerder.
Geluid: korte, piepende, fluitende roep.
Jachtgedrag: bidt boven water; stootduik op vis met klauwen vooruit; kan prooi met een gewicht tot 2 kilo – dat weegt de vogel zelf maximaal – uit het water halen en vliegt er dan mee weg.
Voorkomen: een aantal jaren geleden was voor het eerst sprake van broedgedrag in de Oostvaardersplassen. De visarend werd daar eerder als broedvogel voorspeld dan de zeearend. In deze tijd van het jaar en ook in het voorjaar zijn er veel doortrekkers uit Feno-Scandinavië. In het zuidelijk deel broeden 3.500 paren. Bij ons nog steeds geen broedvogels!
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















