Bij Carla de Vries in Arnhem-Noord hebben al veel vogels de voertafel in de tuin weer ontdekt. Ze voert niet alleen onkruidzaad, maar ook universeelvoer waarin o.a. gedroogde bessen en gedroogde insecten zitten.
Heggenmus, winterkoning en roodborst zijn daar, evenals de verschillende
soorten mezen en de boomklever, dol op.
Vorige week ontdekte ze in
een conifeer een groepje goudhaantjes. Twee van die minivogeltjes vlogen op
de tafel, maar drie anderen durfden niet.
Toen ze het drietal door
de kijker beter bekeek, zag ze naast de oranje kuif de opvallende tekening
rondom het oog. Het gewone goudhaantje heeft ook een oranje of gele kruin,
maar die van het vuurgoudhaantje is feller, breder. En het vogeltje heeft
een duidelijke zwarte oogstreep die fel contrasteert met de witte
wenkbrauwstreep.
- Grootte: 9 cm; gewicht: 5 gram. (zes vuurgoudhaantjes wegen evenveel als één huismus!)
- Verenkleed: zie illustratie. Kruin bij het mannetje oranjerood, bij het vrouwtje geel. Jonge vogels missen nog de oranjegele kuif
- Voedsel: insecten en kleine spinnen
- Geluid: roep: zacht, ijl en hoog sie-sie of scherper siesierieh. Tijdens het foerageren in het struikgewas worden deze contactgeluidjes continu geproduceerd
- Voorkomen: broedt in tegenstelling tot het goudhaantje niet alleen in naaldbos maar ook in loofbos. Aantal broedparen: 5.000-7.000.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















