Drie lezers meldden deze week zwanen met geel aan de snavel. Henk Willemsen zag er drie in het Azewijnse Broek. Een eindje verder in de wei zaten ook twee knobbelzwanen.
Beide waren even groot. Ongetwijfeld wilde zwanen. Joost en Annemieke de Wit
zagen drie kleine zwanen in een wak van de Immerloo Plas bij Arnhem en Els
van Westerloo zag alle drie soorten zwanen bij elkaar in de Havikerwaard.
Grootte: 122 cm; spanwijdte 180-210 cm; gewicht rond de 6 kg. Door relatief korte, dikke hals enigszins gansachtig uiterlijk.
Verenkleed: de jonge zwanen moeten drie keer ruien voordat ze in smetteloos wit gekleed gaan. Aan dat kleurverschil is het broedsucces van deze wintergasten uit de arctische zone af te lezen.
Snavel: minder geel aan snavel dan wilde zwaan (zie illustratie). Voor de kenner is de snavel het identiteitspapier van elke vogel.
Geluid: trompetterende roep ‘hoe-hoe’ klinkt muzikaal, maar wat klaaglijk. Kleine zwanen en wilde zwanen hebben geen ‘zingende’ vleugelslag zoals knobbelzwaan.
Voedsel: gras en verschillende waterplanten. De waterplanten worden tijdens het grondelen – kop onder water en kont omhoog – verzameld.
Voorkomen: bij ons een echte wintergast. In oktober en november vooral rond het Lauwersmeer en de randmeren. Tussen december en maart is het rivierengebied van belang. Als het stevig vriest, gaan ze naar het Deltagebied en trekken door naar Engeland. Terugtrek vanaf eind februari. Via de Oostzee, de Finse Golf en de Witte Zee wordt uiteindelijk het broedgebied, de Russische Petjsoradelta, bereikt. De wereldpopulatie is in 15 jaar gehalveerd: nog 15.000 broedparen.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















