Vijfentwintig jaar geleden was de veldleeuwerik met meer dan een half miljoen broedparen een hele gewone verschijning. De populatie is nu met 90 procent afgenomen! Dagelijks melden lezers tijdens de winterse omstandigheden overtrekkende leeuweriken.
Men hoort ze eerder dan dat men ze ziet. Van zang kun je nu niet spreken; in
de heldere vrieslucht wordt druk gecommuniceerd. Leeuweriken zijn altijd
goed gebekt. Ook als ze opvliegen, laten ze zich horen. Wilbert Koch zag
afgelopen donderdag in de uiterwaarden bij Randwijk een tiental leeuweriken
op het ijs sneeuwkristallen eten, maar het kunnen ook zaden zijn geweest of
misschien wel eipakketjes van insecten of spinnen die met de rijp van de
takken van bomen zijn gevallen.
Grootte 17,5: gewicht: 40 gram.
Vrij lange staart en puntige, brede vleugels.
Kleur: bovendelen
bruin met zwartbruine strepen; van onderen vuilwit maar borst gestreept.
Geslachten gelijk!
Zang: grondvogel die in de vlucht vaak tot op
grote hoogte zingt. Zeilt en 'bidt' tijdens de zangvlucht. Zang: jubelend en
trillend en lang aangehouden.
Voedsel: insecten, spinnen en zaden.
Voorkomen: nestelt op de grond. Onze broedvogels overwinteren in
Zuid-Frankrijk en Engeland en gedeeltelijk in eigen land. Die overwinteraars
krijgen gezelschap van broedvogels uit Scandinavië en Rusland. Als de vorst
invalt, treden opmerkelijke verplaatsingen op.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












