Veel lezers melden vreemde vogels in de tuin. In negen van de tien gevallen
zijn het winterlijsters die vooral de laatste sterappeltjes van de
malusbomen plukken. Annelies Rouwmaat uit Doesburg vertelt dat haar merels
al weken van het fruit aan haar sierappelboom snoepen en dat er vorige week
voor het eerst een koperwiek en een paar kramsvogels aanschoven.
Een paar dagen later had ze wel 70 kramsvogels in haar tuin: in een mum van
tijd was de hele boom leeg.
Ook op het valfruit worden honderden
koperwieken en kramsvogels gemeld. De koperwiek lijkt op de zanglijster,
maar heeft rode flanken en meer roodbruin onder de oksels dan de
zanglijster. Ook valt de lichte wenkbrauwstreep op. De kramsvogel is bijna
net zo groot als de grote lijster.
Grootte: 25 centimeter; gewicht
100 gram.
Kleur: lichtgrijze kop en stuit; kastanjebruine rug en
donkere staart; keel en borst roestgeel; buik meer wit met pijlvormige
strepen.
Voedsel: wormen, slakken, insecten, bessen en rottend
fruit.
Geluid: scherp en vlug 'tsak,tsak, tsak' vooral in de vlucht.
Gedrag: leeft in troepverband; in winter vaak in gezelschap van andere
lijsterachtigen.
Voorkomen: in Fenno-Scandinavië broeden meer dan
3,5 miljoen paren; in ons land eerste broedgeval in 1972; in 1990 rond de
900 paren; daarna weer daling tot 100-150 paren.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















