'Het rookverbod is opgeheven', roept de bardame. Gejuich in de kleine kroeg. Twee vrouwen met geblondeerd haar kloppen op het raam. Ze wenken: kom binnen mannen, we mogen weer!
Zie ook:
Rillend stappen de heren over de drempel. 'Koud zeg.' Ze wrijven in hun handen en tasten in de binnenzak van hun colbert. De pakjes blauwe Gauloises kunnen op de bar.
'Asbakken heb ik niet', zegt de barvrouw. 'Doe het maar op de grond.'
Alle sporen worden bij voorbaat uitgewist. Het is november. Roken aan de bar mag al vier maanden niet meer.
'Heb je een vuurtje', vraagt een jonge moeder aan de vrouw die plotseling druk is met biertjes tappen.
'Nee. Ik rook niet.'
Ze is de enige. Zelfs gasten die nog nooit gerookt hebben, steken een peuk op.
Opeens is alles anders. In het café wordt gedanst. De gasten bewegen uitdagend tussen de barkrukken door. Het lachen van vriendinnen aan de bar klinkt oprechter met een sigaret in de hand. Uitbundiger.
En het decolleté van de barvrouw lijkt dieper dan even geleden. Berustend kijkt ze haar winkel rond. Als de klanten maar tevreden zijn.
Niemand rept over eventuele controles. Er is geen pot waar de rokers geld in moeten stoppen voor het geval van een boete. 'Hier binnen doen we wat we willen', roept de blauwe walm die zwaar tegen de ramen blijft hangen.
Op haar hoge hakken paradeert de barvrouw van biertap naar whiskeyfles. Haar omzet stijgt met de minuut. Collectieve ongehoorzaamheid, daar kan geen economische recessie tegenop.
Zelfs de trieste man die zijn vrouw uit zijn leven zag verdwijnen, glimlacht. Met het hoofd in de handen vertelt hij de stamgasten over zijn lot.
'Sigaretje?', vraagt een van de vriendinnen aan de bar. Ze houdt hem haar pakje voor. Uit dankbaarheid koopt hij tien verlepte rozen bij de nachtelijke bloemenverkoper. Voor al zijn vrouwen van vanavond.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











