Wat is er lekkerder dan vlak achter een vuilniswagen fietsen? Job is
helemaal in zijn element. De vuilnismannen springen soepel van de wagen,
zwiepen groene zakken in de opengesperde afvalbek en rennen stukjes mee. Als
ze weer op hun plateautje staan, zwaaien ze naar Job. Als toegift.
Job applaudiseert. Hij zit bij mijn man voorop de rolstoelfiets. Al zeker
tien minuten volgen we de vuilniswagen die op de ventweg rijdt. De stank is
niet te harden. Maar we denken er niet over in te halen.
Want wat
vies is, is lekker. Aldus Job. In een aflevering van zijn favoriete
tekenfilm 'SpongeBob', hebben hoofdrolspelers spons en zeester
'andersomdag'. Zou door mijn zoon geschreven kunnen zijn.
Zo vindt
Job regen heerlijk. In de rolstoel spreidt hij zijn armen en gooit hij het
hoofd in de nek om zoveel mogelijk druppels te vangen. O ja, en de tong moet
uit. Heerlijk koud.
Afgelopen zomer hadden we lekkage. Een
tropische bui vulde ons dakterras, vervolgens de kamer op de eerste
verdieping en daarna de woonkamer. Watervallen kletterden langs de muren om
uit te komen in een woeste beek over het laminaat. Jobs vader rende met
emmers en gealarmeerde buurmannen door de kamer. En Job? Die had dikke pret.
Met zijn armen sloeg hij in de plassen. 'Papa, water!' Boos worden is
zinloos. Want ook dat vindt Job hilarisch.
En wat te denken van
deze: Job is al weken aan de diarree, we moeten echt naar de dokter. Als we
met z'n drieën in de auto zitten, is hij vrolijker dan al die dagen
hiervoor. Met papa en mama op stap! Dolle boel. Bij de dokter is hij meer
clown dan patiënt. En wij maar uitleggen dat we ons echt zorgen maken.
Andersomdag is ook in letterlijke zin van toepassing op Job. Zijn omgeving
ziet hij vaak ondersteboven. Tekenfilms kijkt hij liggend op zijn rug. Hoofd
aan de kant van de tv, kin in de lucht en ogen gedraaid naar het scherm.
SpongeBob en Patrick lopen voor hem als vliegen over het plafond. Bij het
lezen van strips houdt hij het boek graag met de onderkant naar boven. Zelfs
zijn ontwikkeling ging achterstevoren. Zo leerde hij eerst praten en loopt
hij nog niet.
Job ruikt ook op zijn eigen manier: hij snuift geen
lucht op, maar blaast die demonstratief uit via zijn neus. Als een
wielrenner die snot kwijt moet. Het lukt ons niet hem de gangbare methode te
leren.
Misschien moeten we het als Job proberen. Ruikt een
vuilniswagen naar bloemetjes.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties












