Job hoort de lente. Op zijn rug ligt hij, in zijn hooglaagbed. Mond open, ogen naar boven gedraaid. Zijn luistergezicht. Ik zet het dakraam wat verder open. ‘ Vogel’, zegt Job. Even later doet hij de merel na. ‘ Hoett hoett hoett.’ Fluiten kan hij niet, dus imiteert hij het ochtendgetjilp met zelfbedachte woorden.’
Sinds kort is Job zich meer bewust van zijn omgeving. Rijden we voor het slapen gaan in de rolstoel zijn kamer op, zegt hij ‘donker’. Hoort hij gestommel op de trap: „Papa komt e-aan.”
Van de week zaten we samen in de auto. Radio aan. Toen het liedje afgelopen was, vertelde Job me dat. „ Affepope.” „M’neer, kom hie!”, gebood hij daarna. Hij doelde op de presentator die de auto vulde met slap geklets. Waar was die meneer toch? Waarom kon Job hem niet zien?
Inmiddels heeft hij ook verzoeknummers. „ Angie!” Ik zong het nummer van The Sto¬nes een keer enthousiast mee met de radio. Nu moet ik mijn versie voor hem telkens opnieuw opvoeren. Graag natuurlijk. Gebeurt zelden dat iemand me vraagt te zingen.
Mijn zoon kan ook opeens ‘gitaar’ door de auto roepen. Het klopt altijd, dan is er een gitaarsolo. Ik hoor het nooit als hij me er niet op wijst. Verzonken in gedachten. Hij leert mij nieuwe dingen.
Wandelen is nooit Jobs favoriete bezigheid geweest. Afgelopen weekeinde vroeg hij of zijn ballon mee mocht. Tuurlijk. Touwtje aan de rolstoel. Aan het eind van de straat nam hij zijn wandelmaat op schoot. „Ballon, wil jij naa huis?” De gele ballon knikte tussen zijn handen. „ Mama, ballon wil ook naa huis!”
Job is zich niet alleen bewust van zijn omgeving, hij wil er ook meer van weten. De eerste waarom-vraag stelde hij zeer recent. Korte situatieschets: met het hele gezin stonden we om de toiletpot. Job moest poepen, mijn man hield hem vast en ik moedigde aan. De ontlasting was hard, Job huilde. Door zijn tranen heen keek hij zijn vader aan. „Papa ook huile?” „Nee Job, papa hoeft niet te huilen.” „Waa-om nie?”
Op een ochtend was ik vroeg naar mijn werk. Mijn man nam Job in de lift mee naar beneden. Normaal gesproken doe ík dat. Job vroeg waar mama nou was. Prachtig allemaal. Ons kind blijft verbazen. Er is echter één vraag die ik vrees. „Mama, waarom ben ik anders?”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties












