Een zwaar gehandicapt kind heb je niet zomaar. Dat moet je eerst verdienen. Even geleden: ik kom thuis en tref mijn grote man in een hoek van de bank aan. Kopje scheefgezakt, vleugels lam langs het lijf. „Wat is er met jou?” „Indicatiecommissie aan de telefoon gehad.”
Een uur lang diende de vader op te sommen wat zijn 6-jarige zoon allemaal niet kon. Vroeger gingen deze gesprekken ‘face to face’, maar dit jaar is de telefoon ingezet. Efficiënter. Afstandelijker.
Het eigenlijke doel van het indicatiegesprek is, te kijken of de handicap niet goedkoper kan. Er zit immers minder geld in de AWBZ-pot. Dat heeft gevolgen voor alle gebruikers.
Job krijgt momenteel een aantal uren zorg in de week vergoed. Op die naschoolse uren werken zijn ouders en wordt hij thuis verzorgd door een gespecialiseerde oppas. Voor ons van wezenlijk belang, want hierdoor kunnen wij doen alsof ons leven best normaal is.
Maar er is een nieuw bezuinigingsregeltje toegevoegd: ouders moeten minstens negen uur per dag zelf voor het kind zorgen. Ongeacht of het nageslacht gezond, gehandicapt dan wel doodziek is. Het idee hierachter: u wilde toch een kind? Zorg er dan ook voor. De nieuwe Nederlandse mentaliteit.
Wij zorgen geen negen uur per dag voor Job, want het kind is slechts twaalf uur per dag op en gaat naar school. Conclusie: geen hulp.
Tenzij. Het was de tenzij die mijn man nekte. Of hij precies kon benoemen wat Job allemaal niet kon. Niet zelf zitten, staan, lopen, plassen, poepen, eten, drinken, spelen, aankleden, uitkleden, wassen, slapen, kots opruimen. Echt niet? Helemaal niks zelfstandig? Denkt u eens heel goed na, meneer, er is toch wel iets wat uw kind zelf kan? He-le-maal niks? En u moet elke nacht uit bed voor uw kind? Echt elke nacht? Hoe lang? Hoe vaak? Hm, misschien komen we op die manier aan die negen uur en kunnen we u matsen met een paar uur hulp. De zorg is ook nog eens zeer intensief? Het kind wordt zwaar? Groot? Opstandig? U heeft soms het gevoel dat u het niet meer trekt? Er is lichamelijk weinig perspectief? Ah, positief. Goed voor uw zaak. Ik kijk wat ik kan doen.
Elk jaar is deze ‘sollicitatie’ een uitputtingsslag. Hopen dat we slecht genoeg zijn om door te mogen naar de volgende ronde. Bij het gesprek horen vragenlijsten. Doorhalen wat niet van toepassing is. Epileptisch. Spastisch. Astmatisch. Doof. Blind.
Nee, dat heeft Job allemaal niet. Schuldgevoel. Hoe halen wij het eigenlijk in ons hoofd een beroep te doen op de AWBZ?
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.














