Ik vraag me af hoe het voelt. Mevrouw Zeikstra die ’s ochtends om acht uur voor het raam staat. In haar hand een oude krant en een pen. Ze moet haar bril opzetten om het telefoonnummer goed te kunnen lezen. De reeks getallen op de zijkant van het taxibusje. Als buren of voorbijgangers haar dreigen te zien, duikt ze weg achter een halfdode ficus.
Ik vraag me af hoe het voelt. Mevrouw Zeikstra die erin geslaagd is het nummer
op te schrijven en achter de telefoon gaat zitten. Nog even twijfelt en dan
daadwerkelijk de hoorn opneemt. ’Dag. Met mevrouw Zeikstra. Spreek ik met
het taxibedrijf?...’
’?’
’Ik wil niet dat u nog langer uw busje half voor mijn deur parkeert.’
’?’
’Ik bedoel de vijf minuten dat u ’s ochtends stilstaat voor mijn huis.’
’?’ ’Om mijn buurjongetje van vijf op te halen. Die zit in een rolstoel en
gaat naar een speciale school ver weg.’
’?’
’Omdat ik er last van heb.’
Ik vraag me af hoe het voelt. Mevrouw Zeikstra die gezegd heeft waar het op staat. Zo! En het taxibedrijf neemt haar klacht serieus. Informeert de ouders van het gehandicapte jongetje. ‘ We mogen niet meer in jullie straat stoppen, van de buurvrouw.’ Verontwaardiging en ongeloof bij de ouders. Bellen met de gemeente. De straat ligt minstens tien meter van de woonhuizen, er zit een plantsoen tussen. En vijf minuten? De straat is toch gewoon openbare weg?
De gemeente haalt er luchtfoto’s bij die tot in detail worden bestudeerd. Waar stopt die taxi precies? Geen twijfel mogelijk, openbare weg. Telefoontje van de ambtenaar aan de chauffeur: u moet gewoon blijven stoppen. Wel zo handig, het kind moet immers van de voordeur naar de taxi in zijn rolstoel. Telefoontje aan mevrouw Zeikstra: u heeft geen enkel recht van spreken.
Ik vraag me af hoe het voelt. Mevrouw Zeikstra die weet dat haar buren nu in de stress zitten. Vanwege haar. En ze hebben al zoveel zorgen. Dat weet mevrouw Zeikstra heel goed. Ze is op de hoogte van de epileptische aanvallen waar het kind zonder medisch ingrijpen niet uitkomt. Van de frustratie bij de kleine jongen omdat hij niet kan praten. De rolstoel waartoe hij veroordeeld is voor de rest van zijn leven, ziet ze vanuit haar raam.
Ik vraag me af hoe het voelt. Mevrouw Zeikstra die om kwart over acht haar twee gezonde dochters uitzwaait terwijl ze op hun grote fietsen de straat uit rijden. Naar school.
NB Mevrouw Zeikstra bestaat echt. Ze is niet onze buurvrouw, wel die van Jobs gehandicapte vriendje.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties












