Ik dacht altijd dat wij in een aangepast huis woonden. Tot de ergotherapeute deze week langs kwam en haar ogen uit keek.
„Ik dacht dat jullie in een aangepast huis woonden?”
„ Ja. Mooi hè?”
„Licht. Ruim.”
Waar de tillift was, vroeg ze na de complimenten.
Ze kwam om te kijken welke hulpmiddelen aan vernieuwing toe waren en hoe ze ons kon adviseren.
Ik keek naar mijn man. Daar stond Jobs tillift. Drie keer per week ging hij naar de sportschool om in vorm te blijven.
„En hoe zit Job op de wc?”
Nu wees ik op mezelf. „Ik houd hem vast.
We poepen altijd met z’n drieën. Jobs vader zingt er liedjes bij zodat het makkelijker gaat.”
Nee, een poepstoel die je met Job erop over de toiletpot kon schuiven, hadden we niet.
Op de badkamer kwam de vraag hoe Job dan in bad ging.
Ik reed een babybad XL op wieltjes naar voren.
„Hier zit hij in. Hij bungelt wel met zijn benen over de rand, maar hij vindt het heerlijk.”
Ze merkte op dat Job met zijn twintig kilo en 1.20 meter lengte wel wat weinig bewegingsruimte had. „ En een aankleedtafel?”
„ Aankleden doen we op de wasmachine.
Mijn vader heeft er een mooie plank boven gemaakt. Beetje te kort inmiddels, maar het gaat nog best.”
Achter me reed Job in zijn rolstoel naar de te hoge wastafel. „Mama, hande wakke!”
Met zijn voortanden raakte hij het porselein, maar hij kon niet bij de kraan.
„ Jullie hebben een wastafel nodig die in hoogte verstelbaar is”, merkte de ergotherapeute op. „Een volledig aangepaste badkamer. En een verrijdbare tillift zodat je hem niet overal in en op hoeft te tillen. Hoe breed zijn jullie deurposten? 90?”
Mijn man knikte – we hadden immers een aangepast huis – maar haalde toch even een meetlint.
„Oh, het is 80.”
„Dan moeten alle doorgangen verbreed worden.”
Er moest ook een schuifpui komen zodat Job mee naar buiten kon. We hadden een rolstoelbus nodig voor het vervoer. Op tafel belandden folders van stoeltjes, badzitjes en aanverwante hulpmiddelen.
Toen de ergotherapeute weg was, liep ik verdrietig door ons lichte, ruime huis. Het enige aangepaste eraan was de fancy lift waarin we Job konden rijden om naar boven te gaan. Alle andere aanpassingen waren wij zelf.
Ergens wisten we dat natuurlijk wel. Maar we wilden er niet aan. Geen zin in slopende bureaucratische procedures. Geen puf voor al die verbouwingen. En bang voor het definitieve afscheid van de hoop dat Job op een dag onaangepast door ons huis zou kunnen lopen.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties












