‘Rijje rijje rijje in een wagentje.’
Waar ’ie het vandaan heeft, weet ik niet, maar Job zingt tegenwoordig als hij zelf in zijn rolstoel rijdt. Waarschijnlijk heeft hij het toepasselijke lied op school geleerd.
Andere geluiden die hij maakt tijdens het rollen zijn een imitatie van een botsing en een schakelende racewagen.
Job laat goed weten wanneer hij eraan komt. Zingt of imiteert hij niet, dan rijdt hij graag tegen scheenbenen. In de supermarkt bij de kassa bijvoorbeeld. Het is een soort groet. De klant voor ons kijkt geïrriteerd achterom en Job geeft een verlegen lach. Er volgt een verrast ‘oh hallo’ en mijn zoon grijnst. Ik mompel iets wat lijkt op ‘sorry’ maar de klant is teveel in beslag genomen door het schattige blonde jongetje. Jobs aanrijdtruc is gelukt, hij heeft de aandacht.
Het zijn dit soort effecten die hem stimuleren zijn rolstoel handig te gebruiken. Jobs vader en ik probeerden het altijd wel, uitleggen dat Job ook zelf met zijn handen de hoepels kon bewegen om zo een stukje vooruit te komen, maar ons kind zag er het nut niet van in. Demonstratief stopte hij zijn vingers in zijn mond en liet zich rondrijden.
Nu lijkt het kwartje definitief gevallen. In rap tempo leert hij steeds beter manoeuvreren. Vorig weekend waren we bij opa en oma. ‘Hé oma,’ zei Job toen hij eigenhandig de keuken was binnengestuurd. Zelfs het drempeltje had hij zelf genomen door zich een paar keer terug te laten rollen en een aanloop te nemen. In de keuken wachtten allerlei knopjes (wasmachine, oven) en laden (bestek, broodbeleg) op zijn nieuwsgierige vingers. Oma prees zijn initiatief en schakelde meteen over op opvoeden. ‘Nee, daar mag jij niet aankomen.’
Job vond het schitterend. Terug de kamer in, buurten bij opa. Met een vragend gezicht voor de tv gaan staan. Tijdens het rijden gebruikt hij niet alleen handen, maar ook voeten. Zijn schoenen plaatst hij doordacht tegen een kast of muur om bij te sturen. Heel af en toe klinkt er nog een ‘mama helpe’ maar uit de meest bizarre hoeken weet hij inmiddels weg te komen.
Nadelen zijn er ook. Mijn zoon kan ‘weglopen’. Alweer in de supermarkt, groente-afdeling. Prei? Niet interessant. Job geeft een zwiep aan zijn wielen en rolt naar de appels om ze een voor een uit de bak te halen.
Op straat laat hij zich nog duwen. Het is te vermoeiend voor hem om lange stukken zelf te rijden. Maar hij kan me in de stad wel laten struikelen door opeens twee handen op zijn wielen te drukken waardoor we stil komen te staan. Speelgoedwinkel?
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












