Voetstapjes op het laminaat. Terwijl ik in ochtendjas de vaatwasser uitpak,
dringt het tot me door: dit zijn de eerste voetstappen die ik op
zondagmorgen in dit huis hoor die niet van mij of mijn man zijn.
Om het hoekje kijk ik naar Job. Met een grote beweging plant hij zijn
rechterhak in de vloer. Hij zet kracht en trekt zich dan met stoel en al
naar voren. Het linkervoetje volgt. De wieltjes onder zijn trippelstoeltje
doen de rest. Job gaat recht op zijn doel af. Big smile. De boekenkast, daar
moet hij zijn.
Ik geloof mijn ogen niet. Opa en oma hadden het wel
gezegd: Job kon vooruit lopen in zijn loopstoel. Hadden ze hem geleerd in
één middagje. Ik had het ook al even mogen aanschouwen. Verbijsterd en
ongelovig. Maar nu, op deze rustige morgen, valt het kwartje pas echt. Mijn
zoon, gehandicapt en wel, kan lopen. Op zijn eigen manier, met behulp van
een stoeltje met daaronder wieltjes. Mijn Job wandelt naar de boekenkast om
er een kijkboek uit te graaien. Omdat hij dat zelf bedacht heeft en dat zelf
wil.
Wow.
Mijn zoon.
Het stoeltje - vergelijk het met een
bureaustoel met wieltjes - hebben we al zeker een jaar. Job kon tot nu toe
alleen achteruit. Twee keer afzetten en boem, tegen de muur. Einde actie.
Opa en oma daagden hem uit. Kom maar Job, pak je favoriete boek. En hij deed
het. Hij zette zijn ene voet voor de andere en reed zomaar vooruit.
Zoals hij daar nu zit, triomfantelijk, met een boek in de hand, lijkt hij
wel een jaar ouder. Het begint hem ook te dagen: ik kan doen wat ik zelf
wil. Even later staat hij in de keuken. Nieuwsgierige blik naar het
aanrecht. Hier is hij nog nooit zelf geweest. Met de armen gestrekt wandelt
hij richting een keukenkastje. Trekt het open. Onwennig kijk ik toe. "
Nee Job, dat mag niet."
Bizar. Kan-ie net lopen, gaat deze
zeikmoeder zeggen dat dit niet mag! Maar ja, ik had me nou eenmaal dingen
voorgenomen toen ik moeder werd. Consequent zijn was er één van. Dus bij
deze.
Job lijkt het te begrijpen. No big deal, er is nog genoeg te
ontdekken. Met grote passen baant hij zich een weg richting eettafel. Oei,
de punt van het houten blad zit precies op kruinhoogte. Niet ingrijpen
moeders, Job voelt het vanzelf.
Er gaat een wereld voor ons open.
Een paar dagen later zijn we bij een bedrijf dat Jobs wandelwagen moet
repareren. De trippelstoel gaat mee, uiteraard. Want we weten dat we moeten
wachten. De vloer bij het bedrijf is perfect voor Job. Hier worden
rolstoelen getest, dus reken maar.
Jobs papa pakt zelf ook maar een stoel met wielen. Samen crossen ze door het
pand. Tot Job een lieve oma in het vizier krijgt. Samen met een opa die
steeds vreselijk eng moet hoesten, zit ze op een bankje. De oma praat tegen
Job en kijkt hem vriendelijk aan. Job vindt het leuk. Blijft op een
afstandje naar haar staren.
Vanachter een tafel kijk ik toe. Wat
zou hij doen? Ik realiseer me dat hij nooit eerder een keuze heeft gehad. Ik
reed hem in de wagen naar zo iemand toe of ik deed dat niet. Job had niks te
willen. Met zijn duim in zijn wijdopen mond blijft hij kijken naar de oma.
Rijdt nog eens een rondje. En plaatst dan langzaam zijn ene voetje voor het
andere en wandelt naar haar toe. Tot ze hem net niet kan aanraken.
Mijn zoon.
Hij straalt van oor tot oor. "Kom Job", zeg
ik, als de wandelwagen gerepareerd is. "We gaan naar huis."
Ondeugend kijkt hij omhoog. Hij zet zich af en rolt de andere kant op.
Aha, dus dit gaan we nu ook krijgen. Job heeft opeens een eigen wil. "
Het lijkt wel een echt kind", zeggen we tegen elkaar in de auto.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties












