Job past niet in het bestemmingsplan. Dat kregen we van de week te horen van de gemeente. Vreemd verhaal, niet? Maar het is echt waar. Ik zal even uitleggen hoe het zit. Ruim een jaar geleden hebben wij (mijn man en ik, uit naam van Job) bij de gemeente een aangepaste fiets aangevraagd. Een hulpmiddel dat ons in staat stelt - net als andere ouders - met onze zoon te fietsen.
Moest geen probleem zijn, zo’n ding. We hebben immers de wvg (Wet voorziening gehandicapten, het potje van de gemeente voor gehandicapten). Netjes deden we wat de bureaucratie van ons vroeg: formuliertjes invullen, op bezoek bij de instantie die beoordeelt of je wel zielig genoeg bent voor zoiets enzovoort. En na een paar maanden was het dan zover: we mochten op voor een ‘passing’ bij een mooi hulpmiddelenbedrijf. Enthousiast kwam een mevrouw aanlopen met een fietsaanhanger en daarin een aangepaste zitting. „Probeer maar eens.”
Het bleef lang stil aan onze kant. Want we hadden toch gezegd dat Job niet in dat zitje (we hadden het eerder geprobeerd) kon? En we hadden toch al aangegeven dat we slappe Job slingerend achter de fiets onverantwoord vonden? „Ik hoef het niet te proberen”, zei ik uiteindelijk maar. „Want Job past daar niet in. Is hij veel te krom voor.”
Fijn, we konden inpakken. Maanden gingen er overheen voor de instanties zover waren dat we een nieuw hulpmiddel konden passen: een echte rolstoelfiets. Met voorop een plateau waar je Job met wandelwagen - en later rolstoel - en al in kunt rijden, en een motortje zodat je zelfs de helling op kan. Gaaf ding, beetje breed, maar daar wenden we wel aan. Job straalde. Vol goede moed belden we tig keer achter alle ambtenaren aan. Wanneer kregen we het ding? En hoe?
Ach kijk, een addertje onder het gras. Als gehandicapte krijg je alleen een fiets als je hem ergens binnen kunt stallen, vernamen we. De fiets blijft immers eigendom van de gemeente, en dus moet je er zuinig op zijn. Heb je geen stalling, dan is de gemeente verplicht iets te realiseren.
Een slimme ambtenaar kwam bij onze huurwoning kijken. Goh, de fiets past niet door het gangetje achterom, zag hij. En hee, de schuurdeur is ook te smal. Conclusie: Job heeft geen geschikte stalling. We waren niet verbaasd. Al sinds jaar en dag weten wij hoe we een meetlint moeten hanteren. De voortuin was dan misschien een optie. Muurtje wegbreken, noodstalling erin. Maar o, we waren op zoek naar een andere woning? Dan misschien maar weer even afwachten.
Inmiddels zijn we bijna zover dat we gaan verhuizen. Dus weer gebeld met onze vrienden van de gemeente. Er zou opnieuw een slimme ambtenaar komen kijken. Deze handige rakker constateerde dat de fiets niet in onze berging paste. Onze monden vielen weer niet open van verbazing. Geduldig roffelde mijn man met zijn vingers tegen de rolmaat in zijn zak. Ja, het was dan inderdaad een goed idee van ons om speciaal voor de aangevraagde fiets een klein schuurtje in de voortuin te bouwen, vond de ambtenaar. Moesten we wel even een bouwvergunning aanvragen bij zijn collega’s.
Tuurlijk, doen we graag. Het nummer van de gemeente kennen we uit ons hoofd. Weer een paar weekjes wachten en jawel, telefoon vanuit ons geliefde stadhuis: u krijgt geen bouwvergunning, want een schuurtje past niet in het bestemmingsplan. Geen vergunning + geen schuurtje = geen fiets. Jep, optellen kunnen we ook.
En zo kan het gebeuren dat gehandicapten in ons mooie land niet in het bestemmingsplan passen.
Applausje voor dit prachtige systeem.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties












