Juni 2006: Thuis

Auteur: Door ANNEMARIE HAVERKAMP |   woensdag 14 juni 2006 | 12:49 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 14 oktober 2009 | 14:18

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

De voordeur trek ik in het slot. Ik kijk door het raam nog even naar de chaos binnen. Kaal zo, zonder gordijnen. Het zal een van de laatste keren zijn dat ik hier wegloop. Deze straat uitrijd. Die gedachte geeft me een gevoel van rust.

De verhuizing naar onze prachtige aangepaste woning betekent geen zorgen meer over de toekomst. Op woongebied dan. Soms vragen mensen me hoe lang ik denk dat Job nog bij ons kan wonen. Maakt me heel boos, die vraag.

Waarom?

Omdat er geen antwoord op bestaat. Hoe lang denkt een ‘normale’ ouder dat zijn ‘normale’ kind nog thuis blijft? Daarbij word ik misselijk bij de gedachte aan Job in een instelling zonder papa en mama in de buurt.

Ons nieuwe huis heeft ruimte, een lift en een mega-grote badkamer. Overal kunnen tilinstallaties, mocht het nodig zijn. Een invalidenparkeerplaats hebben we al.

Job hoort bij ons, hoe moeilijk het ook mocht worden.

Hier en daar lees ik wel eens wat. Over gehandicapte kinderen die niet meer thuis kunnen wonen. Maakt me intens verdrietig. Hoeveel pijn hebben die ouders? Als het kind eenmaal weg is, volgt er vast een nieuw evenwicht. Maar het idee?

Toen Job nog maar een heel klein Jobje was, hadden we eens een gesprek bij een instelling. Onze zoon zou daar misschien tijdelijk gaan wonen. Hij was namelijk klaar in het ziekenhuis (de eerste drie maanden na zijn geboorte woonde hij daar), maar de gemoedstoestand van Jobs papa en mama, ons dus, was nog niet zo jofel.

Konden we Job wel aan in huis? De bron van ons grote verdriet – een gehandicapt kind – continue in de buurt. Leren omgaan met zijn beperkingen. Het slangetje in zijn neus.

Tijdelijke opvang elders kon verlichting bieden. We kregen een rondleiding door de instelling aan de rand van een industrieterrein. ‘In dit gebouw zitten wel de ergste gevallen’, waarschuwde de gastvrouw ons. ‘Dus schrik niet.’

We schrokken wel. We schrokken ons dood. De groep waar Job zou komen, bestond uit een aantal volwassenen. Er kroop er een op handen en voeten door de gang, een ander zat apathisch voor het raam in een elektrische rolstoel. Deze ernstig meervoudig complex gehandicapte mensen zouden onze baby verzorgen. Ja, ook de fles geven. Konden wij nog niet eens, zo lastig ging dat bij Job, maar volgens de mensen van de instelling moest het kunnen.

‘En ’s nachts?’, vroegen we.

‘Dan is er alleen videobewaking.’

Ik zag mijn mans gezicht betrekken. Over zijn lijk. Hij hoefde niets meer te zien, niets meer te horen. En ik? Laat ik het zo zeggen: we waren niet voor niets in deze instelling. Met mij ging het niet zo goed. Ik volgde de vader van Job.

Woedend was hij. Welke gekke dokter had dit bedacht? Welke idioot met een rond brilletje zat ergens in een torenkamertje boosaardig te schateren om zijn waanzinnige experiment?

Mijn man had zijn besluit al genomen: Job ging naar huis. Wij zouden voor hem zorgen. We konden het, zouden het wel leren.

Het mooie aan deze horrorgeschiedenis is dat het vooral bij mijn man de ogen opende. Zijn zoon was vergeleken met de ‘erge gevallen’ uit de instelling helemaal niet zo slecht. Misschien kon hij leren praten, of lopen. Zeker weten deden we het niet, maar er waren genoeg voorbeelden van kinderen met zijn afwijking die het goed deden.

Dus kwam Job in zijn blauwe maxicosi op een dag naar huis. Naar dit huis, waar we straks niet meer wonen. Een foto van dat moment zit nog in het plakboek.

Het ging goed, heel goed zelfs. Kleine Job ging overdag naar de opvang, ’s avonds leerden wij hem kennen. Wat een vent! Zo lief, zo makkelijk.

Het is allemaal alweer twee jaar geleden. Ik laat ze graag achter deze voordeur achter, die hectische jaren. Diep in mijn hart hoop ik dat we in ons nieuwe huis een soort tweede kans krijgen.

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Ook met deze column houd ik het niet droog.
De afwisseling van humor, sentiment, cynisme e.d. geven weer hoe je, hoe jullie als ouders met Job en alles wat erbij komt, omgaan. Daar heb ik diepe bewondering voor.
Ik ben trots op jou, nicht Annemarie!
Mariejan Wientjes - 20-07-2006 | 11:54
Wat fijn om je column te lezen, met soms een traan en soms een lach, met soms herkenning. Veel moed en geluk samen in jullie nieuwe huis. Geniet per moment en in het moment. Knuffel voor jullie dappere mannetje.
marjan - 11-07-2006 | 21:40
Vol bewondering lees ik je verhalen.
Ik hoop dat de toekomst voor jullie veel positieve dingen in petto heeft. Geniet van een nieuwe "start".
Ik heb wel een vraag ik ben opzoek naar je columns die je schreef in je zwangerschap. Ik heb de laatste paar gemist. Kan ik die nog ergens terug lezen?

Groetjes Heleen
Heleen van Reem - 28-06-2006 | 15:23
Met een lach en een traan lezen we jou colums
wij wensen jullie heel veel geluk in jullie nieuwe huis,dat er vast geweldig uit ziet,na de verbouwing.
Hartelijke groeten uit Almelo en een knuffel voor Job.
Henk en Henny
Henk en Henny Podt - 27-06-2006 | 21:40

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels

Archief

Websites



www.erfocentrum.nl
Een zeer complete site voor mensen die zoeken naar informatie over genetische aandoeningen.

www.laposa.nl
op deze website zijn gegevens te vinden over schedel- en/of aangezichtsafwijkingen en de behandeling daarvan. Informatie over lage spierspanning is schaars.

www.babycenter.com
Op deze Engelstalige site - zoeken naar muscle tone - is relatief veel te vinden over de aandoening. Ouders die de weg zoeken in hulpmiddelen- en vergoedingenland, kunnen terecht bij de VOGG, Vereniging van Ouders met een Verstandelijke handicap.