Jobs sterke punt is zijn taalgevoel.
Jobs sterke punt is zijn
taalgevoel.
Jobs sterke punt is zijn taalgevoel.
In mijn hoofd
herhaal ik de woorden die de logopediste zojuist uitsprak. Ik zit in de auto
op weg naar het werk.
Mijn geld verdien ik met schrijven. Jobs sterke punt is zijn taalgevoel . Alsof ik op een zonnig terras roomijs met verse aardbeien zit te eten. Zo voel ik me. De ruitenwissers die over mijn voorruit heen en weer krassen, kunnen daar niets aan afdoen. Mijn zoon heeft iets van míj. Taalgevoel.
De logopediste op school testte Jobs ontwikkelingen op het gebied van
spraak. Een van de conclusies is dat Job niet automatisch eindklanken van
woorden uitspreekt. ‘Pap’ is ‘pa’. ‘Koek’ is ‘koe’. Het besef dat woorden
een eindklank hebben, probeert ze Job nu bij te brengen.
En dat gaat fantastisch.
Mijn zoon ziet het als een spelletje. Hij krijgt een grote koptelefoon op.
De logopediste spreekt korte woordjes uit in een microfoon in de vorm van
een pistool. Job hoeft alleen naar haar lippen te kijken en te luisteren.
Een ‘bombardement’ heet deze methode. De p is de eerste letter die Job in
allerlei varianten voorbij hoort komen. ‘KiP’, ‘oP’ en ‘poeP’ suizen hem om
de oren. Als beloning mag hij één woordje zelf zeggen: ‘oP’. Wat een feest!
Het staat geschreven op een roze briefje. Hij spreekt het zo vol overtuiging
uit, dat mijn haren ervan wapperen.
De chemie tussen therapeute en Job is prachtig om te zien. Zij lacht om zijn
vertederende enthousiasme, hij windt haar om zijn vinger. „Het fonologisch
bewustzijn is belangrijk als we aan leesonderwijs denken”, zegt de
logopediste tegen ons, de ouders van Job. Leesonderwijs? En dan komt dé zin.
„Jobs sterke punt is zijn taalgevoel.”
Ik herinner me dat we bijna vijf jaar geleden wanhopig bij een arts in een
kille ziekenhuiskamer zaten. Ons kind was niet goed. Prognoses? Moeilijk
moeilijk. Hij zou geestelijk achterblijven. De baby groeide, vertoonde
kunstjes en de mensen om ons heen vroegen hoe ver hij precies achter liep.
We wisten het niet. Ook niet waardóór hij achterliep. Zijn aangeboren
handicap was één ding. Maar van vijf narcoses word je ook niet sneller. En
altijd ziek zijn ontneemt je de energie om te ontwikkelen. Dan nog iets:
maakten de intelligentie en talenten van Jobs vader en moeder nog iets uit?
Antwoorden waren er niet.
Het taalgevoel heeft Job van mij. Dat móet. De logopediste sprak hoopvolle
woorden. Stel je voor: op een dag leest’ie nog dat ik zaterdag 13 december
2008 schreef over een zonnig terras en roomijs met verse aardbeien. Terwijl
het buiten regende.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties












